De edele kunst van het Niet Weten

Afgelopen week heb ik samen met collega’ s twee workshops gegeven met als titels: ‘ Hoe voorkom ik het zwarte gat’ met Lara de Die en ‘ Hoe hoog leg ik mijn lat?’ met Annemarie van Geel.

Angst voor het niet weten van de toekomst

Wat mij opvalt is dat de meeste studenten bang zijn voor de toekomst omdat ze niet weten hoe die toekomst er uit ziet en dat voelen ze als een belemmering, als stress. Ze hebben dan ook de neiging om te luisteren naar mensen die het wel weten: ouders, vrienden, deskundigen en de maatschappij. Grote kans is dat ze op grond van die angst verkeerd kiezen omdat ze niet naar hun eigen gevoel luisteren. Volgens mij is dit een van de belangrijkste reden waarom na het eerste jaar 35 procent HBO-studenten uitvalt en 24 procent van de Universitaire studenten. Ook wanneer de student aan het einde van zijn studie komt, komt dezelfde angst naar boven voor het Niet Weten naar boven.

Maar de toekomst kun je nu eenmaal niet controleren en je kan niet weten hoe die er uit gaat zien. Ik heb daar eerder over geschreven indagblad Trouw.

Bij het Niet weten start juist de persoonlijke ontwikkeling

Naar mijn idee is er veel te weinig aandacht voor het ‘Niet Weten’. En dat is gek. Universitair onderzoek gaat juist uit van dit ‘Niet Weten’. Je stelt een onderzoeksvraag omdat je iets niet weet waar je meer van wil weten en vervolgens ga je data verzamelen om erachter te komen wat je niet weet. Hetzelfde zou moeten gebeuren met iets wat nog belangrijker is dan onderzoek: je eigen loopbaan, je eigen geluk.

De uitdaging is nu om je open te stellen voor het niet weten, want juist dan is alles mogelijk. Zoals we bij de workhop: ‘ hoe voorkom je het zwarte gat’ gedaan hebben: ga in het zwarte gat staan en ervaar dat het helemaal niet erg is.

Wanneer je het Niet Weten aanvaardt als een noodzakelijkheid en juist ziet als een kans om je verder te ontwikkelen, dan stel je je zelf open voor die onzekere toekomst en heb je meer kans iets te vinden wat bij jou hoort. Dan laat je je niet door angst leiden en geef je ook minder gehoor aan de verwachtingen van anderen.

Binnenkort ga ik weer workshops houden met als titel: ‘Ik weet het niet’. Samen met Paul van der Velde,  hoogleraar hindoeïsme en boeddhisme ga ik in juni een weekend geven in het klooster in Huissen onder de titel:de edele kunst van het niet weten.   

Wegwijzers: Waarvan hebben we het meeste spijt aan het eind van ons leven (en kunnen we dus voorkomen).

Van 15 t/m 17 maart geef ik in het klooster Huissen ‘ het wegwijzerweekend; welke weg heb ik te gaan?’. Zelf heb ik de wegwijzers naar Santiago gevolgd en die wegwijzers vormen de inspiratiebron voor het bovenstaande weekend en voor deze tekst. Ze maken mijn weg wijzer.

In dat weekend komt aan bod welke wegwijzers jou je toekomstig pad aangeven en een belangrijke wegwijzer lees ik in het artikel van John Paul Iwuoha.  De link daarnaartoe heb ik gekregen van mijn broer. Hij helpt mij om up to date te blijven op mijn gebied.  En deze belangrijke wegwijzer wil ik graag delen.  

Iwuoha  schrijft over mensen die aan het eind van leven uitleggen wat ze eigenlijk hadden moeten doen in hun leven wat ze niet gedaan hebben. Hij haalt zelf zijn informatie van het onderzoek van Bronnie Ware. Zij heeft in de palliatieve zorg gewerkt en mensen aan het eind van hun leven gevraagd om hun leven te overzien en te zeggen waarover ze het meeste spijt hebben. Iwuoha zet de vijf belangrijkste redenen van spijt op een rijtje en geeft de boodschap: ‘ doe het nu, zodat je aan het eind van je leven daar in ieder geval geen spijt van krijgt’. Het zijn belangrijke wegwijzers voor het pad dat je nog te gaan hebt.

1)     Ik wilde dat ik meer de moed had gehad om mijn dromen en aspiraties waar te maken in plaats van het leven te leiden dat anderen van mij verwachten. Als je echt weet wat je gelukkig maakt. Doe het! Anders kom je aan het eind van je leven tot de conclusie dat je meer naar de stemmen van anderen hebt geluisterd dan naar je eigen stem.

2)     Ik wilde dat ik niet zo hard gewerkt had. Laat het leven niet alleen uit werk bestaan. Neem tijd en ruimte voor je geliefden. Het is logisch dat er carrières gemaakt moeten worden en dat er geld moet verdiend worden. Het gevaar is heel groot dat het werk je leven gaat beheersen en dat jij niet het wek beheerst waardoor je te weinig tijd overhoudt voor je geliefde, je kinderen, je familie, je vrienden en andere zaken waarmee je je verbonden voelt en echt gelukkig wordt.

 3)     Ik wilde dat ik de moed had gehad om meer mijn  gevoelens te uiten en mijn hart te luchten. De neiging om de vrede te bewaren is niet altijd goed. Zeker niet voor jezelf omdat je daarmee het gevaar loopt bitter en wrokkig te worden. Eerlijkheid en de confrontatie die daar soms bij hoort zijn een noodzakelijk deel van een gezonde relatie.  

4)     Ik wilde dat ik in contact was gebleven met mijn goede vrienden. Aan het eind van hun leven zeggen veel mensen dat ze achteraf te weinig geïnvesteerd hebben in de relaties met goede vrienden. Op het einde van het leven blijft er alleen liefde en vriendschap over. De rest is niet meer belangrijk. En dit zouden we ons eerder moeten realiseren in het leven.

5)     Ik wilde dat ik me meer geluk in mijn leven had toegestaan. Aan het eind van hun leven beseffen mensen dat het hebben van geluk een keuze is en dat ze teveel gefocust zijn geweest op materiële zaken, status en macht met het idee dat daar het geluk in zat. Op de vraag wat ze dan anders hadden gedaan antwoorden de meesten: Hadden we maar meer relaxed in het leven gestaan en genoten van de goede dingen in het leven.   

Storytelling en Solliciteren. Verslag workshop.

In Between Café De Bilt bijeenkomst dd 4 februari 2019

Spreker was  Ignace de Haes. Verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Onderwerp: Storytelling en solliciteren

Werkzoekenden hebben vaak last van een zeker minderwaardigheidscomplex:

-als ik solliciteer hebben anderen vaak betere papieren/diploma’s

-als ik solliciteer hebben anderen vaak betere en/of meer ervaring

De conclusie is dan ook vaak dat het geen zin heeft om te solliciteren want “ …ik krijg die baan toch niet..”

IdH: en dit idee klopt ook vaak. Anderen hebben betere diploma’s of anderen hebben meer en betere ervaring. Op basis van diploma en/of ervaring ga je het vaak dus niet winnen….

Je moet op andere manier de aandacht trekken van degene bij wie je solliciteert. Je moet een sterk verhaal hebben die er voor zorgt dat JIJ memorabel wordt voor je gesprekspartner. Dat verhaal moet dan wel een waar verhaal zijn. IdH adviseert daarom te putten uit je eigen geheugen, je eigen geschiedenis. Graaf in je geheugen naar een mooie en memorabel verhaal en zorg er voor dat jij DAT verhaal kan vertellen: in je brief, tijdens het gesprek, op linked-in etc. Een memorabel verhaal, een belangrijk verhaal, een verhaal over iets waar je trots op bent, kortom een verhaal dat je goed kunt vertellen, waar jij als persoon duidelijk uit naar voren komt en een verhaal met als onderwerp datgene waar jij trots/blij/tevreden  over bent. Je gesprekspartner zal zich jou dan herinneren aan de hand van dat verhaal

A) Voor werkzoekenden zijn vaak de moeilijkste vragen:

-wie ben jij?

-wat wil jij?

-wat is jouw passie?

-wat kun jij?

IdH: deze vragen zijn vaak onmogelijk te beantwoorden. Een truc is nu om deze vragen te benaderen via een omweg. Met hulp van zogenaamde OMWEGVRAGEN.

IdH heeft 7 wezenlijke omwegvragen. Het doel van die vragen is om jou te dwingen in je geheugen te graven en uit dat geheugen een mooi verhaal op te dissen. Een verhaal waaruit blijkt wie jij bent, wat jij kunt, wat voor kwaliteiten jij meebrengt etc. Die herinneringen vormen de grondstof voor jouw verhaal. Het voordeel van verhalen uit eigen herinneringen is dat jij niet meer iets hoeft te verzinnen of moet liegen. Jouw verhaal is jouw geschiedenis en dus waar en je kunt er dus vrijuit over praten.

Een belangrijke omwegvraag is: Wat doe jij in je vrije tijd???

Verklaring: voor activiteiten die je doet in je vrije tijd KIES JE ZELF. Daar ligt dus waarschijnlijk ook een groot deel van je passie. Die passie zegt vervolgens iets over jou en jouw persoonlijkheid. Over wie jij bent en over de kwaliteiten waar je over beschikt

TIP 1:

Velen beginnen een sollicitatiebrief met: “ik solliciteer op deze functie omdat ik denk dat ik de meest geschikte kandidaat ben…”.  Het feit dat je solliciteert geeft al aan dat jij dat vindt. Dat hoef je niet nog eens te benadrukken.

TIP 2:

BEGIN EEN SOLLICITATIEBRIEF MET EEN MEMORABELE ZIN  DIE BIJ DE LEZER ZAL BLIJVEN HANGEN.

Een memorabele zin maakt dat mensen zich jou herinneren : “..oh ja , dat is die man van die afrikaantjes (de plantjes dus..) …”   of iets dergelijks.

2

Je moet de lezer (van jouw sollicitatiebrief) en/of jouw gesprekspartner  TRIGGEREN  (bij gebrek aan een Nederlands woord. Of is het “kietelen”??) 

De opdracht is jouw verhaal TERUG TE BRENGEN TOT 1 DETAIL DAT DAN BLIJFT HANGEN!!. De opdracht en de kunst is dus om jouw verhaal zodanig op te bouwen dat er een bepaald detail uit naar voren komt dat blijft hangen. Liefst in de eerste zin of de eerste drie zinnen. Aangezien het gaat om een verhaal van jouzelf zal je het met passie vertellen. Op die manier krijgt de ander jou te zien zoals jij bent en daarbij gaat het er niet om je beter voor te doen dan je bent. Tenslotte wil jij een baan die bij jou past en de ander wil een werknemer die bij de organisatie past. Als jij je anders voordoet dan je bent zal dat op de korte termijn wellicht scoren maar op de middellange termijn  worden beide er ongelukkig van.

Het verhaal en zeker het detail moeten jou als het ware beschrijven, tekenen, kenmerken. Op een positieve manier.

Vergeet niet: werkgevers hebben behoefte aan diverse persoonlijkheden in de organisatie. Met alleen Johan Cruijffs had Ajax het nooit zover gebracht. “ It takes every kind of people…!” zong Robert Palmer al.

NB: Elke eigenschap is zo te beschrijven dat het een positieve eigenschap is.

SOLLICITEREN   IS  JEZELF KLEUR GEVEN.

Durf jezelf kleur te geven. Die kleur moet dan wel bij jou passen. Ook daarom is een verhaal uit de eigen geschiedenis, uit de eigen ervaring, ook zo belangrijk en zo mooi: je hoeft dan niet jezelf te kleuren met een kleur die niet bij jou past. Je kleurt jezelf automatisch met de kleur die bij jou past.

Bij solliciteren loop je altijd het risico dat afgewezen wordt. Dat houdt echter NIET in dat iemand jou niet mag. (men kent jou niet echt dus men kan ook niet zeggen dat men jou niet mag. Wel kan men jou afwijzen VOOR DIE FUNCTIE. Maar niet in het algemeen!!)

REFLECTIE/ZELF RELATIVERING

Vaak maken wij als sollicitanten ons schuldig aan het feit dat wij gaan zoeken naar een zekere reflectie op onszelf en op ons handelen. Wij relativeren onszelf.  NIET DOEN.

Laat het zoeken naar reflectie in eerste instantie over aan jouw gesprekspartner. Het is hun probleem.

Eerst moet je het beeld van jezelf neerzetten. Dat is van jou en daar kun je dus over vertellen. Met passie. Pas nadat jouw beeld is neergezet is er tijd voor reflectie. In eerste instantie moet jouw gesprekspartner daar mee komen. Maar in voorkomende gevallen mag je daar ook zelf mee komen. Maar pas NADAT jij jouw beeld hebt kunnen neerzetten.

TIP 3:

ZOEK NAAR JOUW UNICITEIT!

Ieder mens is uniek maar duidelijk is in ieder geval dat jouw ervaringen uniek zijn. Jij hebt ze beleefd, anderen niet. In ieder geval niet zo.  Opdracht is te zoeken naar jouw mooiste ervaring(en).  Gebruik in je contact een of meer CONCRETE voorbeelden die weergeven waaruit jouw ervaringen bestaan hebben en wat je op die momenten gedaan hebt. Dus geen algemeenheden als : ik help graag. Nee, wees concreet!!

Een ervaring die je wilt delen heeft altijd de volgende ingrediënten:      plaats/tijd/handeling

Breng die voorbeelden terug tot 3 pakkende zinnen /memorabele zinnen die bij de gesprekspartner blijven hangen:

-De voorbeelden geven weer wie en wat jij bent en wat jij kunt. Tonen jouw passie en kwaliteiten.

-De pakkende zinnen zorgen er voor dat de partner zich jou herinnert.

Zo krijg je     EMOTIONELE CONNECTIE.

Gebruik dit ook voor je LINKED-IN profiel bij de Profieltekst

3

NB: De voorbeelden/verhalen  die je in je geheugen vindt kun je/ moet je  natuurlijk aanpassen aan de baan die je op dat moment zoekt.!! Zodat zij beter aansluiten op de eisen van DAT werk.

B) Alternatief, maar moeilijker:  Spreek uit wat jouw tegenslagen waren/ negatieve ervaringen (bijv. discriminatie) en vertel wat  jou toen  kracht gegeven heeft.  Dit zijn zgn   IMPACTERVARINGEN

Opdracht is hier: benoem je drie (3) belangrijkste impactervaringen en daarmee de kracht die je daar uit geput hebt.

NB: als de impactervaring nog een open wond is gebruik hem dan niet. Want dan ben je er nog niet overheen. Dat zou jou  kwetsbaar kunnen maken.

Als de impactervaring een litteken is dan ben je er al overheen en dan kan je deze techniek wel, of in ieder geval beter, inzetten. Wees dus voorzichtig met het hanteren van deze techniek.

Opmerking van een van de deelnemers naar aanleiding van dit onderwerp:

als ergens een deur dichtgeslagen wordt dan gaat er elders een raam weer open.

C) Een volgende, derde,  manier om jezelf te leren kennen is:

Noem 3 van je favorieten: persoon/boek/film/TVserie etc.  Jouw keuze zegt iets over jou…..

De vraag is dan: waarom is dat een favoriet en wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen jou en die favoriet/film/boek etc.

TIP 4:

BESCHEIDENHEID MOET JE AFLEREN!!

Velen die werkzoekend zijn en solliciteren zijn bescheiden of stellen zich bescheiden op. Mocht je echter van nature bescheiden zijn zoek dan naar een manier OM JEZELF KLEUR TE GEVEN.

Besef: dat wat jij meemaakt altijd bijzonder is. Want jij maakt het mee. (en niet iemand anders)

TIP 5:

Probeer eens een LEVEND LINKED-N als workshop. Je kun t het alleen doen maar beter is het om dit te doen met anderen. Samen weet je meer. Haal er uit wat jij kunt gebruiken.

Voor meer informatie verwijs ik naar

Het boekje : Solliciteren en storytelling.  Een sterk verhaal,  door Ignace de Haes

De site:         www.ru.nl/ftr/careerservice

De wegwijzers des levens. Wat zijn jouw wegwijzers?

Bomen over de Weg naar Santiago. Wegwijzers voor het leven.
Onder deze werktitel ben ik bezig aan een publicatie en komt er ook een bezinningsweekend in het klooster in Huissen in maart waar u ook welkom ben. De bomen onderweg naar Santiago zijn mijn wegwijzers geweest om te bomen (filosoferen over de weg). Voor het weekend zie: https://www.kloosterhuissen.nl/pro…/retraites/programma.php…

De eerste wegwijzer is de kastanjeboom voor de Sint Jan in Den Bosch. Wat zegt die boom over mij? Met behulp van de wijsgeer Emile Durkheim ga ik op weg.

We lopen door het Vlaams Brabantse land en komen zeer eenzame bomen tegen. Waarom loop ik deze tocht eigenlijk niet alleen, zoals Friedrich Nietzsche propageert. Wat verbindt me met de ander?

Waarom fotografeer ik alleen maar mooie of nuttige bomen en geen lelijke kunstmatige bomen? Toch maar gedaan in het lege Noord Frankrijk. De Franse filosofen Camus en Sartre geven me les in zinloosheid en dus in de zin van het leven.

Gelukkig komen we richting het zuiden van Frankrijk liefdesbomen tegen. De Vlaamse psychiaters Dirk De Wachter en Paul Verhaeghe begeleiden ons liefdevol verder.
Tegen de grens van Spanje zien we een boom staan op een voetstuk, de zogenaamde egoboom. Emmanuel Levinas zoekt het ego bij de Ander.

De zon gaat inmiddels branden en de Spaanse zomer lacht ons toe. Vredige olijfbomen zeggen iets over mijn innerlijke vrede. De Boeddha kijkt tevreden toe.

Gedurende onze tocht komen we langs veel kerkhoven, altijd omboomd, meestal met populieren. Hoe ga ik om met de dood? Ludwig Wittgenstein heeft een ontnuchterende visie.

En dan komen we eind juli aan in Santiago aan bij de boom van Jesse in de ingang van de kathedraal, het eindpunt van de tocht en niet van het leven.

Wat voor wijsheden hebben deze bomen en hun wijsgeren me gegeven. Wat zijn de wegwijzers des levens?

Solliciteren en Storytelling: ‘Weg met de standaard. Begin met ‘Ik’​

“Ik heb geleerd dat ik mijn sollicitatiebrief helemaal niet met ik mag beginnen”, hoorde ik onlangs in mijn workshop: ‘wat is mijn sterke verhaal’ dat ik gehouden heb tijdens het Netwerkcafé voor oudere werkzoekenden in Eindhoven. Mijn indruk is dat (oudere) werkzoekende geleerd worden om standaard –brieven en antwoorden te geven. Daardoor worden ze zelf standaard en daar krijgen ze helemaal geen baan mee. Wanneer je memorabel wil zijn, dat wil zeggen blijvend herinnerd worden tussen al die andere sollicitanten, dan moet je juist NIET standaard zijn. Met standaardisering word je kleurloos. Solliciteren is kleur bekennen. Daarom hou ik hierbij een pleidooi om met IK te beginnen; ten slotte gaat het ook om JOU.

Begin met IK. Het gaat ten slotte ook om JOU

Daarom hieronder een aantal voorbeelden uit mijn praktijk van werkzoekenden die hun brief met IK begonnen en daardoor een baan kregen.

“Ik hou van dode mannen. Ten minste als het beroemde filosofen zijn. Ik maak ze weer levend en actueel, zodat hun denkkracht voor u van betekenis kan zijn.”

“Ik ben een wedstrijdzwemmer en ga rustig en geconcentreerd naar de start, gefocust op de komende race. Zodra het fluitje gaat, duik ik het water in en ga met volle kracht vooruit. Dit doe ik ook in mijn werk: gefocust, doelgericht en met volle kracht, inzet en betrokkenheid om optimaal resultaat te behalen”. 

“Ik doe aan dressuur. Dit vergt een goede samenwerking tussen het paard en de ruiter. Het paard wordt tijdens het rijden binnen de lijntjes gestuurd. Dit is dus precisiewerk. Dat doe ik graag, want ik wil dit perfect doen, dat is mijn ambitie. Die ambitie en perfectie kan ik ook kwijt in deze baan”.

Schrijf bijvoorbeeld een dialoog

Ook de vorm hoeft niet standaard te zijn om een baan te krijgen. Een afgestudeerde werkzoekende schreef zijn sollicitatiebrief in een dialoogvorm en is juist daardoor aangenomen. Na zijn brief wist de werkgever het eigenlijk al dat hij het zou worden. Hij begon zijn brief aldus:

“Wil jij daar publiciteitsmedewerker worden”, vroeg mijn vriend Pieter terwijl hij zijn wenkbrauwen licht fronste. “Ik wil dat mijn werk meer is dan stom werk alleen, het moet ook zin hebben”, legde ik hem uit.” 

Ook krijg ik vaak te horen dat een motivatiebrief minder dan één kantje behoort te zijn. In mijn vorige baan ben ik aangenomen met een motivatiebrief van zes kantjes. De lengte is niet van belang maar of de brief memorabel is.

Wees memorabel

Als loopbaanbegeleider ben ik ervan overtuigd dat verhalen en memorabele zinnen helpen bij het vinden van een baan. Je moet immers een goed verhaal hebben om ergens binnen te komen. Verhalen onderstrepen en expliciteren de uniciteit van het individu en geven betekenis aan gemaakte keuzes. Dat is nodig omdat er altijd mensen zijn die een beter diploma en/of meer ervaring hebben. Het vertellen van een verhaal is kleur bekennen. Eén ding weet je zeker: met een grijs verhaal word je niet aangenomen. Ik heb inmiddels de overtuiging dat iedereen een sterk verhaal heeft, het wel wakker gekieteld worden.

Na mijn workshop kreeg de evaluaties van de werkzoekenden terug: “moet iedereen en UWV weten; geweldig, zeer verrassend; uitstekend, prikkelend, aansprekend, respectvol; onconventioneel” .

Als uitsmijter: “Ik heb onlangs ‘Alleen op de wereld’ onlangs herlezen. Inderdaad die Remi was inderdaad heel zielig en heel alleen. Maar nu ben ik ervan overtuigd dat ik met mijn huidige kennis en kunde zelfs Remi aan een goede toekomst had kunnen helpen.”


Wat je in je vrije tijd doet, zegt wie je bent.

Ik heb weer eens een workshop solliciteren en storytelling gegeven. Het is nog steeds een dankbare workshop om te geven. Als loopbaanbegeleider ben ik ervan overtuigd dat verhalen helpen bij het vinden van een goede baan. Met een diploma en/of ervaring kom je er namelijk niet: er zijn altijd anderen die een beter diploma of meer ervaring hebben. De uitdaging is om jezelf memorabel te maken via een goed verhaal. Dat begint met het schrijven van memorabele zinnen.

De vraag: ‘ wie ben ik” is ongeveer de aller moeilijkste vraag die je kunt krijgen en haast niet te beantwoorden. 

In mijn workshop gaat het over zeven zinvragen die je jezelf zou moeten stellen. Deze vragen ontlokken verhalen over jezelf. En één van de belangrijkste vragen is: ‘wat doe je in je vrije tijd’.

Wanneer ben je helemaal vrij om jezelf te zijn, zonder de druk van studie, werk of relaties? Dat is in de vrije tijd. Het heet niet voor niets VRIJE tijd. Dan kies je wat je echt leuk vindt. De antwoorden op deze vraag zegt iets over je echte interesses, je passie. Kies je voor een individuele hobby of een hobby in teamverband? Gaat het om luisteren, leren, observeren, spelverdeler, verdedigen, scoren, overzicht houden, problemen oplossen, op een partner inspelen, prestaties leveren of creatief zijn? Uit de antwoorden op deze vraag kun je ook opmaken hoe jij omgaat met je omgeving en wie je bent. Bovendien hoef je niets te verzinnen je haalt het uit je eigen herinnering.

Wanneer je werkt zoekt, ben je op zoek naar uniciteit. Er zijn honderden afgestudeerde filosofen, maar er zijn er maar weinig die karate en filosofie combineren in de slogan: ‘Wat beweegt de mens (letterlijk?)’. Veel studenten zijn zich niet bewust van de kracht van hun favoriete hobby, terwijl deze kracht makkelijk over te zetten is naar een toekomstige werkomgeving. Dat geldt voor iedereen.

Dus als je de vraag krijgt wie ben je. Dan zou je dat als volgt kunnen beantwoorden (zie voorbeelden): ik doe aan dressuur, ik speel dwarsfluit, ik brei en doorzie patronen, ik ben een wedstrijdzwemmer.  Het voordeel hiervan is dat je niets hoeft te verzinnen, je put gewoon uit eigen herinnering.

Enkele voorbeelden uit mijn praktijk

Dressuur is mijn passie omdat het precisiewerk is.

Dit vergt een goede samenwerking tussen het paard en de ruiter. Het paard wordt tijdens het rijden binnen de lijntjes gestuurd. Dit is dus precisiewerk. Dat doe ik graag, want ik wil dit perfect doen, dat is mijn ambitie. Die ambitie en perfectie kan ik ook kwijt in deze baan.

Dwarsfluit: ik fluit dwars

Ik wilde van heel klein af aan al dwarsfluit spelen. Mijn moeder wilde graag dat ik eerst blokfluit ging proberen. Ik vond er echter niets aan en bleef bij mijn wens om dwarsfluit te spelen. Op mijn zesde ben ik op les gegaan en heb ik leren spelen door middel van een kromme kop omdat ik eigenlijk nog veel te klein was! En zo is mijn leven ook. Ik fluit mijn hele leven dwars. Daar wordt uw organisatie beter van.

Breien: ik doorzie patronen

Al jaren heb ik een passie voor breien. Ik vind het een feest om te werken met zachte wol, mooie kleuren en fijne texturen. Wat een breiwerk voor mij echt tot een succes maakt is het kiezen van het juiste patroon. Als ik dat eenmaal heb vormen de wol, kleur, en textuur samen een mooi geheel. De kunst is om dat geheel te kunnen zien, zonder de details uit het oog te verliezen. Dat is ook de rode draad van mijn leven. Ik doorzie snel patronen en ik maak er iets moois van; ook bij u.

Ik ben een wedstrijdzwemmer

Als wedstrijdzwemmer ga ik rustig en geconcentreerd naar de start, gefocust op de komende race. Zodra het fluitje gaat, duik ik het water in en ga ik met volle kracht vooruit. Dit doe ik ook in mijn werk: gefocust, doelgericht en met volle kracht, inzet en betrokkenheid om optimaal resultaat te behalen. 

De bibliotheek is mijn wereld

Toen ik net kon lezen, nam mijn moeder me aan de hand mee naar de bibliotheekbus. Een keer in de week kwam deze bus in ons dorp. Vanaf het allereerste begin was ik de enige die elke week met een stapel boeken uit de bus vertrok. Die bus heeft mijn dorpse leefwereld vergroot naar een wereld vol met fantasie. In die bus is mijn passie voor de bibliotheek al begonnen.

Bomen over de weg naar Santiago

Bomen over de weg naar Santiago

Op goede vrijdag 30 maart 2018 zijn mijn vrouw Ineke en ik op weg gegaan naar Santiago de Compostella. We vertrokken vanuit ons huis in Den Bosch. We lieten de sleutels achter bij onze jongste zoon. Hij zou vier maanden op ons huis passen. Ik had me voorgenomen om vier maanden lang elke dag een boom te fotograferen. Dat zou me dwingen om niet alleen omlaag naar mijn voeten te kijken, maar ook om opmerkzaam te blijven over wat er om me heen gebeurt. Wat vertellen deze bomen mij?  Hieronder het eerste hoofdstuk. De eerste boom.

Den Bosch: De sacrale kastanjeboom bij de Sint Jan.

De eerste boom die ik gefotografeerd heb, is de kastanjeboom op de Parade voor de Sint Jan in Den Bosch. Vroeger stonden er lindebomen maar in de zestiger jaren van de vorige eeuw zijn ze vervangen door kastanjebomen. Toen was de Parade een parkeerplaats en de kleverige honingdauw van bladluizen die in lindebomen zitten, zouden blijven plakken aan de geparkeerde auto’s en dat kon natuurlijk niet. De bladeren van paardenkastanjes hebben medicinale krachten. Ze helpen vooral bij spataderen en zware benen. Jammer genoeg is het nog lente en kunnen we geen bladeren meenemen voor onderweg.

De boom voor de kathedraal noem ik de sacrale boom. De weg naar Santiago is van oorsprong een religieuze heilige weg. Al vanaf de middeleeuwen lopen pelgrims vanuit heel Europa naar het graf van de apostel Jacobus om boete te doen en vergeving te vragen voor hun zonden. Het begon allemaal in de negende eeuw met Pelayo, een kluizenaar die een ongewoon helder licht had gezien boven een heuvel. Daar werd een tombe gevonden. De plaatselijke bisschop zag meteen dat daar de stoffelijke resten van Jacobus de Meerdere lagen. In het jaar 44 na Christus was de apostel in Jeruzalem onthoofd, waarna zijn discipelen zijn lichaam met een schip in zeven dagen terugbrachten naar het westen, de streek waar hij ooit gepredikt had. De ontdekking van zijn tombe bracht snel een pelgrimage op gang, die al eeuwen standhoudt.

Maria is er niet?

We hebben op 30 maart 2018, op Goede Vrijdag,  met onze vrienden bij de Sint Jan afgesproken om daar afscheid te gaan nemen. De tocht gaat beginnen met het opsteken van een kaarsje bij Maria.  Sinds de veertiende eeuw steken Bosschenaren kaarsjes op bij de ‘Soetelieve Vrouwe van Den Bosch’.  Ik heb dat ook regelmatig gedaan voor een zieke kennis of familielid, om een examen goed te maken of zo maar. Wat is er mooier dan in die eeuwenoude  traditie afscheid te nemen en de goedkeuring van Maria te vragen.
Er zijn veel  legendes over Maria uit Den Bosch opgetekend, maar  rond 1380 waren de Bosschenaren het eens. Het was een lelijk houten beeld van hard eikenhout. Ze lieten het beeld verwaarloosd tussen andere rotzooi liggen. Het was bijna als bestoft beschimmeld stuk hout in een sloopvuur terecht gekomen. De jongen die het op wilde branden kreeg er spijt en zette het beeld op Witte Donderdag tussen de andere beelden in de kerk. Maar daar moest hij weg. Zo’n lelijk beeld kon toch niet op Goede Vrijdag in de kerk staan?  Na veel gedoe is Maria na een jaar, netjes gekleed  en met baby weer teruggeplaatst. En toen begonnen de ‘mirakelen’. Het bovenstaande verhaal en alle mirakels zijn opgetekend in het Mirakelboek.  Het werd vrij snel bekend dat deze Maria wonderen verricht en ook Den Bosch werd een welbekende pelgrimageplaats. Er kwam een heuse Broederschap dat op Maria paste. Deze Broederschap waar Jeroen Bosch ook ooit lid van is geweest, bestaat nog steeds. Op een nacht heeft Maria zelfs gewandeld door Den Bosch en de dag daarna waren alle pestlijders genezen. Maar wat was onze teleurstelling groot. Het komt nooit voor en eigenlijk is dit op zichzelf een mirakel, maar juist deze dag, 30 maart 2018, op Goede Vrijdag was Maria er niet, net zoals 638 jaar geleden. Ze is in de revisie. Ze krijgt een opknapbeurt en met Pasen zou ze weer terug zijn.

De katholieke tradities zijn er bij mij met de paplepel ingegoten. Ik ben in de middeleeuwse doopvont van de Sint Jan gedoopt. Zo’ n doopvont waarvan de deksel met een kraan omhoog gehesen moest worden. Samen met mijn tweelingbroer lagen wij in doopjurken in de handen van onze peetooms en peettantes. Dat doet me denken aan Obelix de onoverwinnelijke Galliër die als baby in de ton met onoverwinnelijke drank is gevallen en er ook niet meer van afkomt. Op alle vakanties sleepte onze vader ons  alle kerken binnen en zijn ultieme doel was om in elke kerk orgel te kunnen spelen. En toen dacht ik telkens weer: ‘En dan moet mijn vader natuurlijk weer orgel spelen en dan gaat hij op zoek naar een koster om hem te overtuigen dat het heel mooi zou zijn en dat gaat allemaal van mijn tijd af want nu kan ik niet spelen’. Gelukkig voor mijn kinderen speel ik geen orgel. Maar mijn zonen tronen hun vriendjes ook op vakanties kerken binnen. Die traditie is in ieder geval overgeleverd, terwijl zij, net zoals ik, heel verveeld al die kerken zijn ingegaan toen ze kleiner waren. Van die traditie kom ik niet af en neem ik mee op de weg naar Santiago, maar betekent dat ook de God met me meeloopt?

De geest van Durkheim

In het verleden heb ik meegewerkt aan een wetenschappelijk boek over rituelen, Rituals, Media and Conflicts (2011). En ik voelde me toen vooral aangetrokken door het onderzoek naar de betekenis van religie van de Franse socioloog Emile Durkheim (1858-1917). Hij heeft in 1912 als een van de eerste een wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd over dat fenomeen religie: “ Les formes élémentaires de la vie religieuse”. Hij meende dat er al religie was voordat het schrift werd uitgevonden, dus om religie in zijn oorsprong te onderzoeken moet je dat doen bij schriftloze volkeren die er nog zijn. Hij bestudeerde de religie van de Aboriginals en komt tot de conclusie dat er bij religie sprake is van twee gescheiden parallelle werelden: de sacrale en de profane wereld. De sacrale, heilige wereld is de wereld van de goden, de geesten, het imaginaire, het ontastbare, het immateriële, het bovennatuurlijke. De profane wereld is de wereld van het tastbare, het materiële, het natuurlijke. Volgens Durkheim worden deze twee op zich gescheiden werelden verbonden door handelingen, rituelen en verhalen. Bij de Aboriginals spelen regendansen een belangrijke rol, bij christenen de mis of kerkdienst en bij de (niet) katholieken in Den Bosch ook het opsteken van een kaarsje bij Maria de ‘Soetelieve Vrouwe van Den Bosch’; en natuurlijk ook het lopen naar Santiago.

De kastanjeboom voor de kathedraal is nog kaal, de lente is pas net begonnen en op de achtergrond zie je de stenen van de Sint Jan. Deze stenen symboliseren de verbintenis met de sacrale wereld. De Sint Jan is het huis van God. Op weg gaan naar Santiago is in de geest van Durkheim bij uitstek geschikt om te onderzoeken of er bij mij een verbintenis gelegd kan worden tussen de profane en de sacrale wereld. Volgens het idee van Durkheim zijn deze twee werelden in principe gescheiden, maar kunnen ze niet zonder elkaar. Ze zijn er alle twee, ongeacht hoe een individu over deze werelden denkt. Wat van belang is, is wat je onder de twee verschillende werelden verstaat. Dat lijkt me inderdaad een mooie analyse, maar wat voor betekenis heeft dat voor mij voor de sacrale en de profane wereld?

Er is veel literatuur over de weg naar Santiago verschenen en ik voel me het meest thuis bij het boek van Herman Vuisje, Pelgrim zonder God. Daarin zegt hij dat het bijzonder is dat Santiago zich heeft weten te bevrijden uit dat middeleeuwse keurslijf van boetedoening en gesmeek. De Camino heeft zich moeiteloos aan het postkerkelijk geloofsklimaat in West-Europa aangepast. Wie nu naar Compostella trekt, maakt zich juist los van waarden als effectiviteit en efficiëntie. Vaak weet hij zelfs niet wat hij wil en gaat hij op pad om daar achter te komen. Terwijl we in ons dagelijks leven steeds doelgerichter zijn geworden, is op de Camino een tegengestelde ontwikkeling te zien. En dat alles heeft volgens Vuisje weinig meer met God te maken, maar meer met een persoonlijk ontwikkelingstraject.
Voordat ik vertrok heeft er een interview met mij gestaan in Vox, het blad van de Radboud Universiteit. Daar staat het volgende te lezen: ‘”De Haes was er zelf verbaasd over hoe bevrijd hij zich voelt nu hem een lange wandeltocht wacht.” Hij heeft zijn werk de laatste jaren toch als “geketend” ervaren, beseft hij. “Ik heb me te veel laten leiden door productienormen en prestatie-eisen van de organisatie, en te weinig gevaren op mijn  eigen kompas.”’ Dit is exact wat Vuisje bedoelt.

Ik ben dus ook een pelgrim zonder God. Maar wel een pelgrim die gelooft in de sacrale wereld van Durkheim. De kaarsjes bij Maria en Sint Antonius helpen in mijn beleving echt. Al is het maar dat je bewust je aandacht ergens op focust en ergens bij stil staat. We hebben nog steeds een wereld waarover je je verwonderen kunt, je verbeelding de vrije loop kunt laten,  iets natuurlijks als bovennatuurlijks kunt zien.

In de denktrant van Durkheim zijn de boom en de stenen van de kathedraal profaan. En wat deze stenen presenteren, namelijk het huis van God is sacraal. De boom voor de kathedraal is weliswaar profaan, maar naar mijn idee heeft de boom ook een sacrale, dat wil zeggen, heilige en symbolische betekenis. Die betekenis zit hem niet in de boom zelf, maar in mijn hoofd. Daar is het terechtgekomen via verhalen. Het zelfde zou je ook van de boom kunnen zeggen, bomen zijn het symbool van het leven. Ze wortelen in de aarde, groeien naar de hemel, vertakken zich, bloeien in de lente, geven vruchten in de herfst en zijn kaal in de winter. Eigenlijk heb ik vroeger nooit wat gehad met bomen, wel met kerken.

Een religieuze tocht?

Terug naar het begin: Sta ik aan het begin van een religieuze tocht?
Het woord alleen al: ‘religieus’ geeft bij mij een negatieve associatie. Religieus doet me denken aan kerkelijk en dat doet me denken aan kindermisbruik. En dan hoor ik echte katholieken zeggen: maar kindermisbruik had je overal. Dat is misschien wel waar, maar juist de kerk heeft een moreel gezag. En als je een morele waarheid verkondigt, kan het niet anders dat je een voorbeeldfunctie hebt.  Dan gaat het niet over een of andere onverlaat die iets fout doet, maar om het systeem dat die kindermisbruik heeft toegedekt.
Aan de andere kant werk ik op een katholieke universiteit bij de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen en geef ik met de Benedictijnse monnik Thomas Quartier weekenden in zijn abdij over de betekenis van het leven en geef ik in een ander klooster weekenden over het geluk van het leven. Aan het eind van de tocht hoop ik een antwoord te hebben of dit voor mij een religieuze tocht is. Ik hoop op antwoorden via de bomen die ik tegen ga komen.

In het parochiehuis van de Sint Jan hebben we de eerste stempels gekregen in onze credentialboekjes. De eerste stempel is van de Sint Jacobsparochie. Jacobskerken waren al vanaf de Middeleeuwen bedoeld voor pelgrims die op weg gingen naar Santiago.  De Jacobskerk is geen kerk meer en is omgedoopt tot Jeroen Bosch Art- Centrum en de Sint Jan heeft de parochie overgenomen. De tweede stempel is van het bisdom Den Bosch. De laatste stempel zal van de kathedraal van Santiago zijn. Deze boekjes zijn onderweg onze paspoorten. Als we in Santiago aankomen dan kunnen ze daar aan de hand van de stempels zien dat we de hele weg hebben gelopen.

Het vertrek vanaf de Sint Jan is het vertrek uit de bekende vastigheid. We starten de onzekere liminale sacrale weg. De kastanjebomen en de Sint Jan laten we achter ons. We nemen afscheid van onze vrienden en kinderen en gaan lopen op weg naar Santiago.

De eerste dag is een bekende route en loopt naar onze eerste overnachtingsplaats in Oisterwijk.  We lopen langs het voormalige concentratiekamp in Vught om koffie en appeltaart te eten bij de IJzeren Man.  We gaan langzaam wennen aan het harde pelgrimsleven.

 

 

Keuzestress omdat je het eigenlijk niet weet.

In het kader van de Radboud-Careerday heb ik een workshop ‘Ik weet het niet’ aangeboden. Mijn conclusie is dat veel scholieren en studenten gewoonweg niet weten wat ze willen kiezen met alle gevolgen van dien.Veel ouders zien graag dat hun kinderen de hoogst mogelijke opleiding gaan doen, het liefst met een concrete baan in het vooruitzicht. Wanneer je onzeker bent of wanneer je bang bent om je ouders teleur te stellen, dan doe je maar wat je ouders wensen. Tijdens de workshop vertelde een student dat hij daarom geschiedenis is gaan studeren. Met hangen en wurgen heeft hij nu bijna de bachelor gehaald. Tijdens de workshop was hij gedachteloos allerlei figuurtjes aan het vouwen van de geeltjes die hij had gekregen om feedback op te schrijven. Ze waren perfect en heel creatief gevouwen. En toen kwam het er uit: hij zou veel liever iets met zijn handen gaan doen, dingen ontwerpen, creatief iets construeren. Nu hij afstand heeft genomen van zijn ouders durft hij nu wel die keuze te maken waar zijn hart naar uitgaat, beter laat dan nooit.

Gevolg: meer psychische stress

We durven het gewoonweg niet te erkennen en de scholieren ook niet: onder druk van ouders, school, de maatschappij worden ze gedwongen tot een keuze, waar ze diep in hun hart niet achter staan. Van de studenten die dit jaar starten zal 35% het eerste jaar van de HBO-opleiding niet afmaken en 24% van de studenten zal stoppen met zijn universitaire opleiding. Ze hebben verkeerde keuzes gemaakt en mijn ervaring is dat daarnaast nog veel studenten een studie doen, waarmee ze niet gelukkig zijn. Wanneer ze bijna klaar zijn, volgt er uitstelgedrag. Het is één groot gat en daar komt veel stress uit voort. .

Dus: meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling

Naar mijn idee is te weinig aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. Daar is naar mijn mening te weinig aandacht voor in in het middelbaar onderwijs zowel als bij de vervolgopleidingen. Ik denk dat wanneer er meer ruimte wordt gemaakt voor persoonlijke ontwikkeling, juist die rendementen beter zullen zijn omdat de keuzes voor vervolgopleidingen veel overtuigender zullen zijn. Ruimte betekent ruimte in tijd, maar ook ruimte om in een vertrouwelijke omgeving op het eigen leven te reflecteren en te onderzoeken waar de echte talenten liggen. Een vaardigheid die niet alleen nuttig is in je studententijd, maar waar je ook de rest van je leven profijt van hebt.

Help: er is geen tijd, durf en ruimte meer om in het diepe te springen. Blijkbaar willen we dat als maatschappij.

In het kader van de Careerday heb ik vorige week samen met communicatiedeskundige Nelleke Louwerse een workshop ‘In het diepe springen, hoe doe je dat?’ aangeboden aan de studenten van de Radboud Universiteit. Diezelfde dag gaf ik ook de workshop ‘Ik weet het niet’. In beide workshops kwamen dezelfde thema’s aan bod. In de eerste workshop bleek dat enkele studenten niet hebben durven springen, terwijl ze dat wel wilden doen en dat ze daardoor keuzes hebben gemaakt, waarin ze nu ongelukkig zijn. Veel ouders zien graag dat hun kinderen de hoogst mogelijke opleiding gaan doen, het liefst met een concrete baan in het vooruitzicht. Wanneer kinderen onzeker zijn of wanneer ze bang zijn om hun ouders teleur te stellen, doen ze maar wat hun ouders wensen. Tijdens een workshop vertelde een student dat hij daarom geschiedenis is gaan studeren. Zijn ouders wilden dat hij rechten of medicijnen ging doen om dat daar tenminste werk in te vinden was, maar gelukkig kon hij er nog geschiedenis van maken. Dat vond hij ten minste nog interessant. Ten minste dat dacht hij. Met hangen en wurgen heeft hij de bachelor gehaald. Tijdens de workshop was hij gedachteloos allerlei figuurtjes aan het vouwen van de geeltjes die hij had gekregen om feedback op te schrijven. Ze waren perfect en heel creatief gevouwen. En toen kwam het er uit: hij zou veel liever iets met zijn handen gaan doen, dingen ontwerpen, creatief iets construeren. Nu hij afstand heeft genomen van zijn ouders durft hij te springen naar iets wat echt bij hem past, beter laat dan nooit.

Gevolg: meer psychische stress

Scholieren staan voor fundamentele keuzes in hun tienertijd en bij vele is de tijd nog niet rijp om die keuzes zelf te maken met alle gevolgen van dien. De scholier kiest een profiel en dat heeft al behoorlijk veel consequenties voor de toekomst. Dan moet er aan het eind van de middelbare school gekozen worden voor een opleiding. We durven het gewoonweg niet te erkennen en de scholieren ook niet: ze zijn nog zo jong, ze weten het niet en daarom kiezen ze onder druk van ouders, school, de maatschappij of van zichzelf voor iets, waar ze diep in hun hart niet achter staan. Maar er is geen tijd om diep in dat hart te kijken. Gevolg is dat veel studenten een verkeerde keuze maken. Dit proces herhaalt zich na afronding van de bachelor en de master. Dan zijn er opnieuw keuzemomenten.

Van de studenten die dit jaar starten zal 35% het eerste jaar van de HBO-opleiding niet afmaken en 24% van de studenten zal stoppen met zijn universitaire opleiding. Ze hebben verkeerde keuzes gemaakt en mijn ervaring is dat daarnaast nog veel studenten een studie doen, waarmee ze niet gelukkig zijn. Wanneer ze bijna klaar zijn, volgt er uitstelgedrag. Het is één groot gat. Tegelijkertijd wordt de prestatiedruk steeds groter. Bindend studieadvies, hoge cijfers, betere rendementen, steeds strengere selecties, afschaffen studiefinanciering, werken naast de studie om financieel rond te komen, verplichting om een deel in het buitenland te studeren met de kans op studievertraging, etc. etc, bevorderen niet het welzijn van de student. Hij of zij krijgt de kans niet meer om iets uit te proberen of om de ruimte te nemen voor persoonlijke ontwikkeling. En juist nu zou daar veel meer aandacht voor moeten zijn, niet alleen op de universiteiten, maar op alle onderwijsinstellingen. Hoe hoger de externe druk om te presteren, hoe meer kans dat scholieren en studenten uitvallen of iets kiezen wat niet bij hun eigenlijke talenten en interesses past en psychische stress krijgen. Blijkbaar willen we dat als maatschappij.

 Dus: meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling

Naar mijn idee is er dus veel te weinig aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. De uitkomsten van de bovenstaande workshops bevestigen dat. Dan zijn de studenten aan het einde van hun studie. Er zou al veel eerder aandacht voor moeten zijn. Het belang om ruimte te maken voor die persoonlijke ontwikkeling van de student staat haaks op de geringe aandacht ervoor in het onderwijs, in het middelbaar onderwijs zowel als bij de vervolgopleidingen. Ik denk dat wanneer er meer ruimte wordt gemaakt voor persoonlijke ontwikkeling, juist die rendementen beter zullen zijn omdat de keuzes voor vervolgopleidingen veel overtuigender zullen zijn. Ruimte betekent ruimte in tijd, maar ook ruimte om in een vertrouwelijke omgeving op het eigen leven te reflecteren. Een vaardigheid die niet alleen nuttig is in je studententijd, maar waar je ook de rest van je leven profijt van hebt.

Het verhaal van je leven – boekbespreking

Soms lees je een boek en dan denk je: ‘dat had ik geschreven kunnen hebben’. Dat gevoel kreeg ik bij het nieuwe boek van Mieke Bouma: ‘Het verhaal van je leven. Storytelling en de zoektocht naar een zinvol bestaan’ (2018, uitgeverij Balans, Amsterdam). Ik ben blij dat het er is, dan hoef ik het niet meer te schrijven en kan ik me vooral bezighouden met workshops, weekenden en adviesgesprekken op het gebied van storytelling en zingeving.

Ik kan dan mooi adviezen en werkvormen gebruiken die in het boek verwerkt zijn. En tot mijn verbazing kwam ik op bladzijde 113 mijn eigen naam tegen.  Inderdaad, ik heb het over twee soorten zin. Een zin met een punt en de zin in je leven. En het mooiste is om de zin in je leven in zinnen te formuleren zodat jij en ook anderen er op kunnen reflecteren. In feite is dit ook het hele thema van het boek. Op bladzijde 87 en 88 formuleert Mieke Bouma het als volgt: ‘Het leven als verhaal zien is niet een knop die je omzet, maar een voortdurend proces waarbij steeds weer iets onthuld wordt over de koers van je leven’. Het antwoord is telkens meerkleurig, meerstemmig en diffuus en is altijd een momentopname. Het is een tijdelijk verhaal dat altijd bijgesteld kan worden. En daar ligt nu precies de uitdaging.

De steen van Sisyphus

Om argumentatie te staven put ze uit een grote hoeveelheid bronnen, vooral uit de Griekse Mythologie. De Griekse godenwereld is een enorme vitale wereld waar lust, afgunst, liefde en heerschappij over elkaar heen buitelen. Uiteraard krijgt de Odyssee ruim baan als de ultieme reis van de held. Ik ben meer geporteerd door Sisyphus ook omdat ik dit voorbeeld vaak zelf gebruik. Sisyphus heeft van de goden een zeer nutteloze straf gekregen omdat hij weigerde om naar het dodenrijk te gaan. Hij moet een grote steen naar boven sjouwen en als deze steen bijna boven is, valt hij weer naar beneden en begint zijn arbeid opnieuw. Dit gaat eindeloos door. Mieke Bouma citeert de Franse filosoof Albert Camus want die zegt dat Sisyphus gelukkig is. Hij heeft namelijk zijn doel bereikt. Door het oneindig rollen van de steen is hij onsterfelijk geworden. Hij weet zijn werk om te zetten in kracht en in een zinvol bestaan. En dat is precies wat je met het verhaal van je leven kan doen.

Zo heeft de steen van Sisyphus een rol in mijn eigen leven gespeeld. Afgelopen maanden ben ik als pelgrim vanaf Den Bosch naar Santiago gelopen. Elke middeleeuwer wist al dat hij een steen mee moest nemen van zijn geboortegrond en achter moest laten bij het IJzeren Kruis 250 kilometer voor Santiago. Dat was zijn last dat hij achterliet en daarna zou hij lichter lopen om in Santiago boete te doen. Ook ik heb mijn steen achtergelaten. Ik heb teveel gestreden in het verleden en hoop dat achter me te laten.

Archetypen

Er zijn verschillende methoden om je eigen verhaal diepgang te geven en in deel twee doet Mieke Bouma dat aan de hand van archetypen. Het verhaal van ons leven wordt voor een groot deel bepaald door wat onze innerlijke goden – de stemmen in de oerdiepte – ons influisteren, zo beargumenteert ze. Deze innerlijke stemmen zijn je archetypen. Carl Gustav Jung heeft de archetypen geïntroduceerd. Hij beschrijft ze als ‘overgeleverde, functionele oerdrijfveren’. Ze kennen veel variaties, kunnen veranderen en zich ontwikkelen. Archetypen zijn de innerlijke gidsen op je levenspad. Natuurlijk kunnen archetypen ook een negatieve uitwerking hebben of te dominant zijn. Ik was heel nieuwsgierig of Mieke Bouma zelf aangeeft welke archetypen ze heeft, maar ik ben ze niet tegengekomen. Ik ben er voor mezelf naar op zoek gegaan. Via haar site https://miekebouma.nl/12-archetypen/kun je een test doen en bij mij zijn het er op dit moment twee: het onbevangen kind en de gelukzoeker. Voor het onbevangen kind staan onschuld, dromen, verlangens en optimisme centraal. Daar staan naïviteit, blind optimisme, onnozelheid en een onrealistische levenshouding tegenover. Het onbevangen kind stimuleert ons vermogen tot dromen, hoop en verlangen, ook al zien de omstandigheden er niet altijd goed uit. De gelukzoeker staat voor avontuur, autonomie en vrijheid. Letterlijk lees ik op pagina 174 dat veel jonge mensen wereldreizen maken. Ze ontdoen zich van hun ballast, de sleur, het ouderlijk gezag. De oproep tot avontuur kan op alle leeftijden voorkomen. Dat klopt dus wat mij betreft. Als onbevangen kind heb ik het geluk gezocht op mijn pelgrimspad naar Santiago en mijn dromen waargemaakt. Ook de gelukzoeker heeft een onvermogen: het onvermogen om zich te binden, voelt zich rusteloos en neigt naar arrogantie. Het plot is of de gelukzoeker geluk en vrede in zichzelf kan vinden. Als hij het namelijk niet kan vinden dan wordt het leven tragisch. Ik geloof dat ik na mijn pelgrimstocht die innerlijke rust wel gevonden heb. Ik ben wel tevreden met mijn gevonden archetypen en het helpt mij mijn verhaal verder te formuleren. Ben je nieuwsgierig naar je eigen archetypen? Doe dan de test.

Stappen zetten

In deel drie van het verhaal van je leven wordt het tijd voor het nieuwe verhaal. Inzichten heb je in deel een en twee opgedaan en deel drie heeft de mooie titel ‘Van lot naar plot’. Het is een zoektocht naar de drijfveren in je leven. Mieke Bouma geeft verschillende mogelijkheden om dat te doen. Je maakt stappen in je nieuwe verhaal zoals in het begin van het laatste hoofdstuk staat: “ (…) het is belangrijk om het nieuwe verhaal mentaal voor je te zien (visualiseren, moed tonen, jezelf bekrachtigen, nieuw gedrag oefenen en herhalen, rituelen inbouwen en genieten van de eerste successen). Na mijn pelgrimstocht is mijn belangrijkste wijsheid: ‘zet een stap en je komt altijd ergens aan’. Dat blijkt wel wanneer je bijna vier maanden op weg bent en altijd onderdak vindt. Je kan dus ook zeggen: ‘om ergens aan te komen, moet je een stap zetten’.

Het meest onder de indruk was ik van het hoofdstuk over de oerscène en de levensplotvraag. Een oerscène is een moment uit de vroege jeugd waarop een besluit wordt genomen om te kunnen overleven. Als je daarop terugkijkt of dit weet te formuleren wordt ook de levensplotvraag duidelijk. Hier vertelt Mieke Bouma haar eigen levensverhaal op een ontroerende manier. Ik moest even slikken. Ik vertel het niet. Als je het wilt weten: koop het boek. Ik beveel het van harte aan.