Bomen over de weg naar Santiago

Bomen over de weg naar Santiago

Op goede vrijdag 30 maart 2018 zijn mijn vrouw Ineke en ik op weg gegaan naar Santiago de Compostella. We vertrokken vanuit ons huis in Den Bosch. We lieten de sleutels achter bij onze jongste zoon. Hij zou vier maanden op ons huis passen. Ik had me voorgenomen om vier maanden lang elke dag een boom te fotograferen. Dat zou me dwingen om niet alleen omlaag naar mijn voeten te kijken, maar ook om opmerkzaam te blijven over wat er om me heen gebeurt. Wat vertellen deze bomen mij?  Hieronder het eerste hoofdstuk. De eerste boom.

Den Bosch: De sacrale kastanjeboom bij de Sint Jan.

De eerste boom die ik gefotografeerd heb, is de kastanjeboom op de Parade voor de Sint Jan in Den Bosch. Vroeger stonden er lindebomen maar in de zestiger jaren van de vorige eeuw zijn ze vervangen door kastanjebomen. Toen was de Parade een parkeerplaats en de kleverige honingdauw van bladluizen die in lindebomen zitten, zouden blijven plakken aan de geparkeerde auto’s en dat kon natuurlijk niet. De bladeren van paardenkastanjes hebben medicinale krachten. Ze helpen vooral bij spataderen en zware benen. Jammer genoeg is het nog lente en kunnen we geen bladeren meenemen voor onderweg.

De boom voor de kathedraal noem ik de sacrale boom. De weg naar Santiago is van oorsprong een religieuze heilige weg. Al vanaf de middeleeuwen lopen pelgrims vanuit heel Europa naar het graf van de apostel Jacobus om boete te doen en vergeving te vragen voor hun zonden. Het begon allemaal in de negende eeuw met Pelayo, een kluizenaar die een ongewoon helder licht had gezien boven een heuvel. Daar werd een tombe gevonden. De plaatselijke bisschop zag meteen dat daar de stoffelijke resten van Jacobus de Meerdere lagen. In het jaar 44 na Christus was de apostel in Jeruzalem onthoofd, waarna zijn discipelen zijn lichaam met een schip in zeven dagen terugbrachten naar het westen, de streek waar hij ooit gepredikt had. De ontdekking van zijn tombe bracht snel een pelgrimage op gang, die al eeuwen standhoudt.

Maria is er niet?

We hebben op 30 maart 2018, op Goede Vrijdag,  met onze vrienden bij de Sint Jan afgesproken om daar afscheid te gaan nemen. De tocht gaat beginnen met het opsteken van een kaarsje bij Maria.  Sinds de veertiende eeuw steken Bosschenaren kaarsjes op bij de ‘Soetelieve Vrouwe van Den Bosch’.  Ik heb dat ook regelmatig gedaan voor een zieke kennis of familielid, om een examen goed te maken of zo maar. Wat is er mooier dan in die eeuwenoude  traditie afscheid te nemen en de goedkeuring van Maria te vragen.
Er zijn veel  legendes over Maria uit Den Bosch opgetekend, maar  rond 1380 waren de Bosschenaren het eens. Het was een lelijk houten beeld van hard eikenhout. Ze lieten het beeld verwaarloosd tussen andere rotzooi liggen. Het was bijna als bestoft beschimmeld stuk hout in een sloopvuur terecht gekomen. De jongen die het op wilde branden kreeg er spijt en zette het beeld op Witte Donderdag tussen de andere beelden in de kerk. Maar daar moest hij weg. Zo’n lelijk beeld kon toch niet op Goede Vrijdag in de kerk staan?  Na veel gedoe is Maria na een jaar, netjes gekleed  en met baby weer teruggeplaatst. En toen begonnen de ‘mirakelen’. Het bovenstaande verhaal en alle mirakels zijn opgetekend in het Mirakelboek.  Het werd vrij snel bekend dat deze Maria wonderen verricht en ook Den Bosch werd een welbekende pelgrimageplaats. Er kwam een heuse Broederschap dat op Maria paste. Deze Broederschap waar Jeroen Bosch ook ooit lid van is geweest, bestaat nog steeds. Op een nacht heeft Maria zelfs gewandeld door Den Bosch en de dag daarna waren alle pestlijders genezen. Maar wat was onze teleurstelling groot. Het komt nooit voor en eigenlijk is dit op zichzelf een mirakel, maar juist deze dag, 30 maart 2018, op Goede Vrijdag was Maria er niet, net zoals 638 jaar geleden. Ze is in de revisie. Ze krijgt een opknapbeurt en met Pasen zou ze weer terug zijn.

De katholieke tradities zijn er bij mij met de paplepel ingegoten. Ik ben in de middeleeuwse doopvont van de Sint Jan gedoopt. Zo’ n doopvont waarvan de deksel met een kraan omhoog gehesen moest worden. Samen met mijn tweelingbroer lagen wij in doopjurken in de handen van onze peetooms en peettantes. Dat doet me denken aan Obelix de onoverwinnelijke Galliër die als baby in de ton met onoverwinnelijke drank is gevallen en er ook niet meer van afkomt. Op alle vakanties sleepte onze vader ons  alle kerken binnen en zijn ultieme doel was om in elke kerk orgel te kunnen spelen. En toen dacht ik telkens weer: ‘En dan moet mijn vader natuurlijk weer orgel spelen en dan gaat hij op zoek naar een koster om hem te overtuigen dat het heel mooi zou zijn en dat gaat allemaal van mijn tijd af want nu kan ik niet spelen’. Gelukkig voor mijn kinderen speel ik geen orgel. Maar mijn zonen tronen hun vriendjes ook op vakanties kerken binnen. Die traditie is in ieder geval overgeleverd, terwijl zij, net zoals ik, heel verveeld al die kerken zijn ingegaan toen ze kleiner waren. Van die traditie kom ik niet af en neem ik mee op de weg naar Santiago, maar betekent dat ook de God met me meeloopt?

De geest van Durkheim

In het verleden heb ik meegewerkt aan een wetenschappelijk boek over rituelen, Rituals, Media and Conflicts (2011). En ik voelde me toen vooral aangetrokken door het onderzoek naar de betekenis van religie van de Franse socioloog Emile Durkheim (1858-1917). Hij heeft in 1912 als een van de eerste een wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd over dat fenomeen religie: “ Les formes élémentaires de la vie religieuse”. Hij meende dat er al religie was voordat het schrift werd uitgevonden, dus om religie in zijn oorsprong te onderzoeken moet je dat doen bij schriftloze volkeren die er nog zijn. Hij bestudeerde de religie van de Aboriginals en komt tot de conclusie dat er bij religie sprake is van twee gescheiden parallelle werelden: de sacrale en de profane wereld. De sacrale, heilige wereld is de wereld van de goden, de geesten, het imaginaire, het ontastbare, het immateriële, het bovennatuurlijke. De profane wereld is de wereld van het tastbare, het materiële, het natuurlijke. Volgens Durkheim worden deze twee op zich gescheiden werelden verbonden door handelingen, rituelen en verhalen. Bij de Aboriginals spelen regendansen een belangrijke rol, bij christenen de mis of kerkdienst en bij de (niet) katholieken in Den Bosch ook het opsteken van een kaarsje bij Maria de ‘Soetelieve Vrouwe van Den Bosch’; en natuurlijk ook het lopen naar Santiago.

De kastanjeboom voor de kathedraal is nog kaal, de lente is pas net begonnen en op de achtergrond zie je de stenen van de Sint Jan. Deze stenen symboliseren de verbintenis met de sacrale wereld. De Sint Jan is het huis van God. Op weg gaan naar Santiago is in de geest van Durkheim bij uitstek geschikt om te onderzoeken of er bij mij een verbintenis gelegd kan worden tussen de profane en de sacrale wereld. Volgens het idee van Durkheim zijn deze twee werelden in principe gescheiden, maar kunnen ze niet zonder elkaar. Ze zijn er alle twee, ongeacht hoe een individu over deze werelden denkt. Wat van belang is, is wat je onder de twee verschillende werelden verstaat. Dat lijkt me inderdaad een mooie analyse, maar wat voor betekenis heeft dat voor mij voor de sacrale en de profane wereld?

Er is veel literatuur over de weg naar Santiago verschenen en ik voel me het meest thuis bij het boek van Herman Vuisje, Pelgrim zonder God. Daarin zegt hij dat het bijzonder is dat Santiago zich heeft weten te bevrijden uit dat middeleeuwse keurslijf van boetedoening en gesmeek. De Camino heeft zich moeiteloos aan het postkerkelijk geloofsklimaat in West-Europa aangepast. Wie nu naar Compostella trekt, maakt zich juist los van waarden als effectiviteit en efficiëntie. Vaak weet hij zelfs niet wat hij wil en gaat hij op pad om daar achter te komen. Terwijl we in ons dagelijks leven steeds doelgerichter zijn geworden, is op de Camino een tegengestelde ontwikkeling te zien. En dat alles heeft volgens Vuisje weinig meer met God te maken, maar meer met een persoonlijk ontwikkelingstraject.
Voordat ik vertrok heeft er een interview met mij gestaan in Vox, het blad van de Radboud Universiteit. Daar staat het volgende te lezen: ‘”De Haes was er zelf verbaasd over hoe bevrijd hij zich voelt nu hem een lange wandeltocht wacht.” Hij heeft zijn werk de laatste jaren toch als “geketend” ervaren, beseft hij. “Ik heb me te veel laten leiden door productienormen en prestatie-eisen van de organisatie, en te weinig gevaren op mijn  eigen kompas.”’ Dit is exact wat Vuisje bedoelt.

Ik ben dus ook een pelgrim zonder God. Maar wel een pelgrim die gelooft in de sacrale wereld van Durkheim. De kaarsjes bij Maria en Sint Antonius helpen in mijn beleving echt. Al is het maar dat je bewust je aandacht ergens op focust en ergens bij stil staat. We hebben nog steeds een wereld waarover je je verwonderen kunt, je verbeelding de vrije loop kunt laten,  iets natuurlijks als bovennatuurlijks kunt zien.

In de denktrant van Durkheim zijn de boom en de stenen van de kathedraal profaan. En wat deze stenen presenteren, namelijk het huis van God is sacraal. De boom voor de kathedraal is weliswaar profaan, maar naar mijn idee heeft de boom ook een sacrale, dat wil zeggen, heilige en symbolische betekenis. Die betekenis zit hem niet in de boom zelf, maar in mijn hoofd. Daar is het terechtgekomen via verhalen. Het zelfde zou je ook van de boom kunnen zeggen, bomen zijn het symbool van het leven. Ze wortelen in de aarde, groeien naar de hemel, vertakken zich, bloeien in de lente, geven vruchten in de herfst en zijn kaal in de winter. Eigenlijk heb ik vroeger nooit wat gehad met bomen, wel met kerken.

Een religieuze tocht?

Terug naar het begin: Sta ik aan het begin van een religieuze tocht?
Het woord alleen al: ‘religieus’ geeft bij mij een negatieve associatie. Religieus doet me denken aan kerkelijk en dat doet me denken aan kindermisbruik. En dan hoor ik echte katholieken zeggen: maar kindermisbruik had je overal. Dat is misschien wel waar, maar juist de kerk heeft een moreel gezag. En als je een morele waarheid verkondigt, kan het niet anders dat je een voorbeeldfunctie hebt.  Dan gaat het niet over een of andere onverlaat die iets fout doet, maar om het systeem dat die kindermisbruik heeft toegedekt.
Aan de andere kant werk ik op een katholieke universiteit bij de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen en geef ik met de Benedictijnse monnik Thomas Quartier weekenden in zijn abdij over de betekenis van het leven en geef ik in een ander klooster weekenden over het geluk van het leven. Aan het eind van de tocht hoop ik een antwoord te hebben of dit voor mij een religieuze tocht is. Ik hoop op antwoorden via de bomen die ik tegen ga komen.

In het parochiehuis van de Sint Jan hebben we de eerste stempels gekregen in onze credentialboekjes. De eerste stempel is van de Sint Jacobsparochie. Jacobskerken waren al vanaf de Middeleeuwen bedoeld voor pelgrims die op weg gingen naar Santiago.  De Jacobskerk is geen kerk meer en is omgedoopt tot Jeroen Bosch Art- Centrum en de Sint Jan heeft de parochie overgenomen. De tweede stempel is van het bisdom Den Bosch. De laatste stempel zal van de kathedraal van Santiago zijn. Deze boekjes zijn onderweg onze paspoorten. Als we in Santiago aankomen dan kunnen ze daar aan de hand van de stempels zien dat we de hele weg hebben gelopen.

Het vertrek vanaf de Sint Jan is het vertrek uit de bekende vastigheid. We starten de onzekere liminale sacrale weg. De kastanjebomen en de Sint Jan laten we achter ons. We nemen afscheid van onze vrienden en kinderen en gaan lopen op weg naar Santiago.

De eerste dag is een bekende route en loopt naar onze eerste overnachtingsplaats in Oisterwijk.  We lopen langs het voormalige concentratiekamp in Vught om koffie en appeltaart te eten bij de IJzeren Man.  We gaan langzaam wennen aan het harde pelgrimsleven.

 

 

Keuzestress omdat je het eigenlijk niet weet.

In het kader van de Radboud-Careerday heb ik een workshop ‘Ik weet het niet’ aangeboden. Mijn conclusie is dat veel scholieren en studenten gewoonweg niet weten wat ze willen kiezen met alle gevolgen van dien.Veel ouders zien graag dat hun kinderen de hoogst mogelijke opleiding gaan doen, het liefst met een concrete baan in het vooruitzicht. Wanneer je onzeker bent of wanneer je bang bent om je ouders teleur te stellen, dan doe je maar wat je ouders wensen. Tijdens de workshop vertelde een student dat hij daarom geschiedenis is gaan studeren. Met hangen en wurgen heeft hij nu bijna de bachelor gehaald. Tijdens de workshop was hij gedachteloos allerlei figuurtjes aan het vouwen van de geeltjes die hij had gekregen om feedback op te schrijven. Ze waren perfect en heel creatief gevouwen. En toen kwam het er uit: hij zou veel liever iets met zijn handen gaan doen, dingen ontwerpen, creatief iets construeren. Nu hij afstand heeft genomen van zijn ouders durft hij nu wel die keuze te maken waar zijn hart naar uitgaat, beter laat dan nooit.

Gevolg: meer psychische stress

We durven het gewoonweg niet te erkennen en de scholieren ook niet: onder druk van ouders, school, de maatschappij worden ze gedwongen tot een keuze, waar ze diep in hun hart niet achter staan. Van de studenten die dit jaar starten zal 35% het eerste jaar van de HBO-opleiding niet afmaken en 24% van de studenten zal stoppen met zijn universitaire opleiding. Ze hebben verkeerde keuzes gemaakt en mijn ervaring is dat daarnaast nog veel studenten een studie doen, waarmee ze niet gelukkig zijn. Wanneer ze bijna klaar zijn, volgt er uitstelgedrag. Het is één groot gat en daar komt veel stress uit voort. .

Dus: meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling

Naar mijn idee is te weinig aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. Daar is naar mijn mening te weinig aandacht voor in in het middelbaar onderwijs zowel als bij de vervolgopleidingen. Ik denk dat wanneer er meer ruimte wordt gemaakt voor persoonlijke ontwikkeling, juist die rendementen beter zullen zijn omdat de keuzes voor vervolgopleidingen veel overtuigender zullen zijn. Ruimte betekent ruimte in tijd, maar ook ruimte om in een vertrouwelijke omgeving op het eigen leven te reflecteren en te onderzoeken waar de echte talenten liggen. Een vaardigheid die niet alleen nuttig is in je studententijd, maar waar je ook de rest van je leven profijt van hebt.

Help: er is geen tijd, durf en ruimte meer om in het diepe te springen. Blijkbaar willen we dat als maatschappij.

In het kader van de Careerday heb ik vorige week samen met communicatiedeskundige Nelleke Louwerse een workshop ‘In het diepe springen, hoe doe je dat?’ aangeboden aan de studenten van de Radboud Universiteit. Diezelfde dag gaf ik ook de workshop ‘Ik weet het niet’. In beide workshops kwamen dezelfde thema’s aan bod. In de eerste workshop bleek dat enkele studenten niet hebben durven springen, terwijl ze dat wel wilden doen en dat ze daardoor keuzes hebben gemaakt, waarin ze nu ongelukkig zijn. Veel ouders zien graag dat hun kinderen de hoogst mogelijke opleiding gaan doen, het liefst met een concrete baan in het vooruitzicht. Wanneer kinderen onzeker zijn of wanneer ze bang zijn om hun ouders teleur te stellen, doen ze maar wat hun ouders wensen. Tijdens een workshop vertelde een student dat hij daarom geschiedenis is gaan studeren. Zijn ouders wilden dat hij rechten of medicijnen ging doen om dat daar tenminste werk in te vinden was, maar gelukkig kon hij er nog geschiedenis van maken. Dat vond hij ten minste nog interessant. Ten minste dat dacht hij. Met hangen en wurgen heeft hij de bachelor gehaald. Tijdens de workshop was hij gedachteloos allerlei figuurtjes aan het vouwen van de geeltjes die hij had gekregen om feedback op te schrijven. Ze waren perfect en heel creatief gevouwen. En toen kwam het er uit: hij zou veel liever iets met zijn handen gaan doen, dingen ontwerpen, creatief iets construeren. Nu hij afstand heeft genomen van zijn ouders durft hij te springen naar iets wat echt bij hem past, beter laat dan nooit.

Gevolg: meer psychische stress

Scholieren staan voor fundamentele keuzes in hun tienertijd en bij vele is de tijd nog niet rijp om die keuzes zelf te maken met alle gevolgen van dien. De scholier kiest een profiel en dat heeft al behoorlijk veel consequenties voor de toekomst. Dan moet er aan het eind van de middelbare school gekozen worden voor een opleiding. We durven het gewoonweg niet te erkennen en de scholieren ook niet: ze zijn nog zo jong, ze weten het niet en daarom kiezen ze onder druk van ouders, school, de maatschappij of van zichzelf voor iets, waar ze diep in hun hart niet achter staan. Maar er is geen tijd om diep in dat hart te kijken. Gevolg is dat veel studenten een verkeerde keuze maken. Dit proces herhaalt zich na afronding van de bachelor en de master. Dan zijn er opnieuw keuzemomenten.

Van de studenten die dit jaar starten zal 35% het eerste jaar van de HBO-opleiding niet afmaken en 24% van de studenten zal stoppen met zijn universitaire opleiding. Ze hebben verkeerde keuzes gemaakt en mijn ervaring is dat daarnaast nog veel studenten een studie doen, waarmee ze niet gelukkig zijn. Wanneer ze bijna klaar zijn, volgt er uitstelgedrag. Het is één groot gat. Tegelijkertijd wordt de prestatiedruk steeds groter. Bindend studieadvies, hoge cijfers, betere rendementen, steeds strengere selecties, afschaffen studiefinanciering, werken naast de studie om financieel rond te komen, verplichting om een deel in het buitenland te studeren met de kans op studievertraging, etc. etc, bevorderen niet het welzijn van de student. Hij of zij krijgt de kans niet meer om iets uit te proberen of om de ruimte te nemen voor persoonlijke ontwikkeling. En juist nu zou daar veel meer aandacht voor moeten zijn, niet alleen op de universiteiten, maar op alle onderwijsinstellingen. Hoe hoger de externe druk om te presteren, hoe meer kans dat scholieren en studenten uitvallen of iets kiezen wat niet bij hun eigenlijke talenten en interesses past en psychische stress krijgen. Blijkbaar willen we dat als maatschappij.

 Dus: meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling

Naar mijn idee is er dus veel te weinig aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. De uitkomsten van de bovenstaande workshops bevestigen dat. Dan zijn de studenten aan het einde van hun studie. Er zou al veel eerder aandacht voor moeten zijn. Het belang om ruimte te maken voor die persoonlijke ontwikkeling van de student staat haaks op de geringe aandacht ervoor in het onderwijs, in het middelbaar onderwijs zowel als bij de vervolgopleidingen. Ik denk dat wanneer er meer ruimte wordt gemaakt voor persoonlijke ontwikkeling, juist die rendementen beter zullen zijn omdat de keuzes voor vervolgopleidingen veel overtuigender zullen zijn. Ruimte betekent ruimte in tijd, maar ook ruimte om in een vertrouwelijke omgeving op het eigen leven te reflecteren. Een vaardigheid die niet alleen nuttig is in je studententijd, maar waar je ook de rest van je leven profijt van hebt.

Het verhaal van je leven – boekbespreking

Soms lees je een boek en dan denk je: ‘dat had ik geschreven kunnen hebben’. Dat gevoel kreeg ik bij het nieuwe boek van Mieke Bouma: ‘Het verhaal van je leven. Storytelling en de zoektocht naar een zinvol bestaan’ (2018, uitgeverij Balans, Amsterdam). Ik ben blij dat het er is, dan hoef ik het niet meer te schrijven en kan ik me vooral bezighouden met workshops, weekenden en adviesgesprekken op het gebied van storytelling en zingeving.

Ik kan dan mooi adviezen en werkvormen gebruiken die in het boek verwerkt zijn. En tot mijn verbazing kwam ik op bladzijde 113 mijn eigen naam tegen.  Inderdaad, ik heb het over twee soorten zin. Een zin met een punt en de zin in je leven. En het mooiste is om de zin in je leven in zinnen te formuleren zodat jij en ook anderen er op kunnen reflecteren. In feite is dit ook het hele thema van het boek. Op bladzijde 87 en 88 formuleert Mieke Bouma het als volgt: ‘Het leven als verhaal zien is niet een knop die je omzet, maar een voortdurend proces waarbij steeds weer iets onthuld wordt over de koers van je leven’. Het antwoord is telkens meerkleurig, meerstemmig en diffuus en is altijd een momentopname. Het is een tijdelijk verhaal dat altijd bijgesteld kan worden. En daar ligt nu precies de uitdaging.

De steen van Sisyphus

Om argumentatie te staven put ze uit een grote hoeveelheid bronnen, vooral uit de Griekse Mythologie. De Griekse godenwereld is een enorme vitale wereld waar lust, afgunst, liefde en heerschappij over elkaar heen buitelen. Uiteraard krijgt de Odyssee ruim baan als de ultieme reis van de held. Ik ben meer geporteerd door Sisyphus ook omdat ik dit voorbeeld vaak zelf gebruik. Sisyphus heeft van de goden een zeer nutteloze straf gekregen omdat hij weigerde om naar het dodenrijk te gaan. Hij moet een grote steen naar boven sjouwen en als deze steen bijna boven is, valt hij weer naar beneden en begint zijn arbeid opnieuw. Dit gaat eindeloos door. Mieke Bouma citeert de Franse filosoof Albert Camus want die zegt dat Sisyphus gelukkig is. Hij heeft namelijk zijn doel bereikt. Door het oneindig rollen van de steen is hij onsterfelijk geworden. Hij weet zijn werk om te zetten in kracht en in een zinvol bestaan. En dat is precies wat je met het verhaal van je leven kan doen.

Zo heeft de steen van Sisyphus een rol in mijn eigen leven gespeeld. Afgelopen maanden ben ik als pelgrim vanaf Den Bosch naar Santiago gelopen. Elke middeleeuwer wist al dat hij een steen mee moest nemen van zijn geboortegrond en achter moest laten bij het IJzeren Kruis 250 kilometer voor Santiago. Dat was zijn last dat hij achterliet en daarna zou hij lichter lopen om in Santiago boete te doen. Ook ik heb mijn steen achtergelaten. Ik heb teveel gestreden in het verleden en hoop dat achter me te laten.

Archetypen

Er zijn verschillende methoden om je eigen verhaal diepgang te geven en in deel twee doet Mieke Bouma dat aan de hand van archetypen. Het verhaal van ons leven wordt voor een groot deel bepaald door wat onze innerlijke goden – de stemmen in de oerdiepte – ons influisteren, zo beargumenteert ze. Deze innerlijke stemmen zijn je archetypen. Carl Gustav Jung heeft de archetypen geïntroduceerd. Hij beschrijft ze als ‘overgeleverde, functionele oerdrijfveren’. Ze kennen veel variaties, kunnen veranderen en zich ontwikkelen. Archetypen zijn de innerlijke gidsen op je levenspad. Natuurlijk kunnen archetypen ook een negatieve uitwerking hebben of te dominant zijn. Ik was heel nieuwsgierig of Mieke Bouma zelf aangeeft welke archetypen ze heeft, maar ik ben ze niet tegengekomen. Ik ben er voor mezelf naar op zoek gegaan. Via haar site https://miekebouma.nl/12-archetypen/kun je een test doen en bij mij zijn het er op dit moment twee: het onbevangen kind en de gelukzoeker. Voor het onbevangen kind staan onschuld, dromen, verlangens en optimisme centraal. Daar staan naïviteit, blind optimisme, onnozelheid en een onrealistische levenshouding tegenover. Het onbevangen kind stimuleert ons vermogen tot dromen, hoop en verlangen, ook al zien de omstandigheden er niet altijd goed uit. De gelukzoeker staat voor avontuur, autonomie en vrijheid. Letterlijk lees ik op pagina 174 dat veel jonge mensen wereldreizen maken. Ze ontdoen zich van hun ballast, de sleur, het ouderlijk gezag. De oproep tot avontuur kan op alle leeftijden voorkomen. Dat klopt dus wat mij betreft. Als onbevangen kind heb ik het geluk gezocht op mijn pelgrimspad naar Santiago en mijn dromen waargemaakt. Ook de gelukzoeker heeft een onvermogen: het onvermogen om zich te binden, voelt zich rusteloos en neigt naar arrogantie. Het plot is of de gelukzoeker geluk en vrede in zichzelf kan vinden. Als hij het namelijk niet kan vinden dan wordt het leven tragisch. Ik geloof dat ik na mijn pelgrimstocht die innerlijke rust wel gevonden heb. Ik ben wel tevreden met mijn gevonden archetypen en het helpt mij mijn verhaal verder te formuleren. Ben je nieuwsgierig naar je eigen archetypen? Doe dan de test.

Stappen zetten

In deel drie van het verhaal van je leven wordt het tijd voor het nieuwe verhaal. Inzichten heb je in deel een en twee opgedaan en deel drie heeft de mooie titel ‘Van lot naar plot’. Het is een zoektocht naar de drijfveren in je leven. Mieke Bouma geeft verschillende mogelijkheden om dat te doen. Je maakt stappen in je nieuwe verhaal zoals in het begin van het laatste hoofdstuk staat: “ (…) het is belangrijk om het nieuwe verhaal mentaal voor je te zien (visualiseren, moed tonen, jezelf bekrachtigen, nieuw gedrag oefenen en herhalen, rituelen inbouwen en genieten van de eerste successen). Na mijn pelgrimstocht is mijn belangrijkste wijsheid: ‘zet een stap en je komt altijd ergens aan’. Dat blijkt wel wanneer je bijna vier maanden op weg bent en altijd onderdak vindt. Je kan dus ook zeggen: ‘om ergens aan te komen, moet je een stap zetten’.

Het meest onder de indruk was ik van het hoofdstuk over de oerscène en de levensplotvraag. Een oerscène is een moment uit de vroege jeugd waarop een besluit wordt genomen om te kunnen overleven. Als je daarop terugkijkt of dit weet te formuleren wordt ook de levensplotvraag duidelijk. Hier vertelt Mieke Bouma haar eigen levensverhaal op een ontroerende manier. Ik moest even slikken. Ik vertel het niet. Als je het wilt weten: koop het boek. Ik beveel het van harte aan.

De onzin van geluk en de zin van het bestaan

Op 9 september schreef psychiater Esther van Fenema een gastcolumn in de Volkskrant over ‘Geluk is geen product maar een bijwerking van zingeving’. In dat artikel refereerde ze aan het werk van Victor Frankl. Al eerder heb ik een soortgelijke column geschreven en geef ik ook workshops en weekenden over ‘De zin van het bestaan’ .

De ONZIN van geluk

De Griekse filosofen discussieerden al over het fenomeen geluk. Voor Aristoteles was het streven naar geluk gelijk aan het ontwikkelen van goede deugden. Zorgen voor welzijn van de ander neemt hierin een belangrijke plaats in. Voor Aristippus stond geluk gelijk aan het ultieme genot. Het Griekse woord ‘hedone’, dat ‘eigen genot’ betekent, staat model voor een hedonistisch leven. Geluk is zelfzuchtig en staat voor het streven naar een directe lustbeleving. Behoeftes en verlangens worden gemakkelijk en direct bevredigd. Ook Sigmund Freud zei het al: “De mens wil lust en het orgastische geluk.” Het is hevig maar kort. Moeilijkheden, problemen, pijn en lijden worden uit de weg gegaan. In ons streven naar geluk worden we steeds ongelukkiger, omdat ongeluk nu eenmaal bij het leven hoort. Iedereen krijgt op de een of andere manier te maken met ongeluk en lijden. Het gaat er nu juist om hoe je daarmee om kunt gaan. Daarom spreek ik liever niet over ‘geluk’ maar over ‘zin’. Zo kom ik terecht bij de bekende psychiater en Auschwitz-overlevende Viktor Frankl.

Viktor Frankl: de zin van het bestaan

Viktor Frankl heeft als nummer 119.104 de concentratiekampen overleefd. In 1945 schrijft hij het boek: ’De zin van het bestaan; een inleiding tot de logotherapie’ (1945/2005). Hij beschrijft op zeer indringende wijze het leven van een gewone gevangene in het concentratiekamp vanuit het perspectief van een psychiater. Zelfs in een concentratiekamp heeft het leven zin en kan je het lot in eigen handen nemen. Dat is ook de reden dat het streven naar de zin van het leven de primaire motivatiekracht is waarover de mens beschikt (en niet de lust van Freud). De zin van ons bestaan wordt door ons zelf ontdekt en dat gaat ook via de weg van de pijn, het lijden. Iedereen heeft in zijn leven daarmee te maken en soms komt het heel onverwachts en juist dat kan een enorme impact hebben. Daarmee om te gaan heeft pas echt zin.

Via de liefde, het lijden en het hebben van een hoger doel

Viktor Frankl geeft geen definitie van zin, omdat dit bij ieder mens op ieder tijdstip verschillend is. Je probeert op een zo goed mogelijke manier de levensproblemen op te lossen en je taken te vervullen. Tijdens zijn verblijf in het concentratiekamp heeft hij zelf ervaren dat alles je afgenomen kan worden, maar niet je geestelijke vrijheid om te beslissen hoe je omgaat met dat wat je overkomt. En juist die geestelijke vrijheid geeft inhoud en betekenis aan het leven.

Wel geeft hij aan dat er drie pijlers van belang zijn om zin te geven aan het bestaan: liefde (voor de mens, de cultuur en de natuur), lijden (omgaan met lijden dat iedereen treft), en een hoger doel hebben in je leven. Uiteraard zijn deze drie pijlers met elkaar verweven. Voor Frankl is liefde de allerintiemste verbondenheid met de medemens, de cultuur en de natuur. In een ontroerend citaat uit zijn boek (bladzijde 55) verbindt hij de liefde met het lijden en de toekomst.

‘Ik werd door één gedachte beheerst: voor het eerst in mijn leven erkende ik de waarheid. (…) De waarheid – dat de liefde het hoogste doel is waarnaar de mens kan streven. Op dat ogenblik realiseerde ik mij de betekenis van het grootse geheim dat dichters en denkers ons hebben onthuld: Slechts de liefde kan de mens verlossen. Ik begreep dat een mens die niets meer bezit in de wereld, ogenblikken van opperste gelukzaligheid kan beleven, wanneer hij denkt aan zijn geliefde.’

Daarom zegt Frankl ook dat wanneer je liefdevol omgaat met de medemens, natuur en cultuur, je veel beter in staat bent om met het lijden om te gaan. Daarbij citeert hij veelvuldig Friedrich Nietzsche: ‘Wie een waarom heeft waarvoor hij kan leven, kan bijna elk hoe verdragen’. Frankl zag zelf dat niet de sterksten het kamp overleefden, maar diegenen die een levensdoel voor ogen hadden, dat verder reikte dan het kamp zelf. Het hebben van een hoger doel veronderstelt zelfkennis en zelfreflectie.

Via transcendentie en het delen van je verhaal

Het formuleren van dat hogere doel gaat volgens Frankl via de zelftranscendentie. Je stijgt boven je eigen dagelijkse werkelijkheid uit via wegen van de verbeelding, geloof, inspiratie, mystiek, spiritualiteit van al het mooie en bijzondere dat de natuur, de cultuur, de kunst en de medemens ons bieden. Hij heeft zijn indrukwekkende verhaal gedeeld door middel van een boek. Het vertellen en delen van levensverhalen helpt om gebeurtenissen opnieuw met elkaar te verbinden en er nieuwe betekenissen aan te geven. Het leven heeft zin als je je verhaal formuleert en deelt met jezelf en met anderen. Viktor Frankl heeft in zijn boek het volgende verhaal gedeeld (blz. 58).

‘Op een andere dag werkten wij in een greppel. Het vroege ochtendlicht om ons heen was grauw, de hemel boven ons eveneens en ook de sneeuw die uit de hemel viel. Grauw waren de lompen die mijn lotgenoten droegen en grauw waren hun gezichten. Ik meen dat ik in gedachte weer een gesprek voerde met mijn vrouw, of misschien trachtte ik de zin te ontdekken van mijn lijden, van mijn langzame dood. Ik voelde hoe mijn geest zich verhief boven deze troosteloze, zinloze wereld en ergens vandaan hoorde ik een zegevierend ‘Ja!’ in antwoord op mijn vraag naar de uiteindelijke zin van het leven. Op hetzelfde ogenblik werd een licht ontstoken in een afgelegen boerderij, die zich als een schilderij aftekende aan de horizon van het troosteloze Beierse landschap. ‘Et lux in tenebris lucet’ – en het licht scheen in de duisternis. Urenlang hakte ik in de bevroren grond. De bewaker kwam langs en riep mij enkele scheldwoorden toe en wederom verdiepte ik mij in een gesprek met mijn geliefde. Steeds sterker voelde ik haar aanwezigheid. Ik meende haar te kunnen aanraken, ik meende slechts mijn hand te hoeven uitstrekken om de hare te kunnen grijpen. Steeds sterker voelde ik: ‘Zij is hier, nu.’ En op hetzelfde ogenblik streek een vogel vlak voor mij neer, op de hoop aarde die ik had opgegraven uit de greppel en keek mij strak aan.’

Zin in de toekomst

Als je het over de zin van het bestaan hebt, dan heb je het vooral over de zin in de toekomst, het leven dat nog voor je ligt.

Op elk moment heb je de vrijheid om keuzes te maken, hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn, is de lijfspreuk van Viktor Frankl. Door de zin te formuleren (in zinnen) geef je jezelf een tweede kans, die nu begint. Daarvoor is het ook noodzakelijk dat je inzicht hebt in je hogere doel. Het formuleren van zinnen over de zin van het leven is dus toekomstgericht. Hoe formuleer je voor jezelf (eventueel met behulp van anderen) de zin voor de rest van je leven op grond van je eigen verhaal.

Alles kan je afgenomen worden, maar nooit je geestelijke vrijheid om te beslissen hoe je omgaat met dat wat je overkomt. En juist die geestelijke vrijheid geeft inhoud en betekenis aan het leven, dat gebaseerd is op de drie pijlers ‘liefde’, ‘lijden’ en ‘een hoger levensdoel’. Op elk moment heb je de vrijheid om keuzes te maken, hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn, is de lijfspreuk van Viktor Frankl.


 

Zeven wijs- en dommigheden opgedaan tijdens pelgrimstocht naar Santiago

Na vier maanden ben ik terug van een sabbatical.  In die tijd heb ik de pelgrimstocht gelopen van Den Bosch naar Santiago de Compostella. Het is zo’n 2500 km lopen en ik ben in de voetsporen getreden van pelgrims die dat al vanaf de middeleeuwen deden. Eén van de beweegredenen om dit te doen is de routine van het werk te doorbreken en nieuwe inspiratie op te doen. Zie artikel: https://www.ru.nl/nieuws-agenda/vm/2018/maart/pelgrimage-breek-dagelijkse-routine/

Hieronder volgen zeven wijsheden die ik tijdens deze tocht heb opgedaan en die ik graag wil delen. Daaronder volgen  zeven dommigheden.

1 Zet een stap. Je komt altijd aan.

Ik ben al jaren fan van Victor Frankl.  http://ignacedehaes.ruhosting.nl/storytelling-en-solliciteren-een-zinvolle-ontdekkingstocht-volgens-viktor-frankl/
Hij heeft de concentratiekampen overleefd en al in 1945 schrijft hij op grond van die ervaringen het boek: De zin van het bestaan; een inleiding tot de logotherapie. (1945/2005). Frankl beschrijft op  indringende wijze het leven van een gevangene in het concentratiekamp vanuit het perspectief van een psychiater. Zelfs in een concentratiekamp heeft het leven zin en kan je het lot in eigen handen nemen. Volgens Frankl is het geven van zin en betekenis aan je leven een actieve bezigheid; een ontdekkingstocht.  Een belangrijk element in die tocht is het stellen van daden. Actief dingen gaan doen. Stappen zetten. Denken alleen is niet genoeg. Na de eerste stap ziet de wereld er al anders uit dan daarvoor. En dan komen er meer stappen tot dat je helemaal in jouw Santiago belandt. Ik ben geen harde loper. De meeste pelgrims halen me in. Dat vind ik niet zo erg want dan heb ik de tijd om rond te kijken. Na vier maanden lopen weet ik inmiddels dat je elke dag aankomt, ook al doe je er langer over dan anderen. Dat maakt helemaal niet uit. En ook al kom je niet aan bij de geplande herberg wegens onweer of een grote blaar, je komt altijd ergens aan. Dat vertrouwen heb ik inmiddels en wil dat graag doorgeven: je komt altijd ergens aan als je een stap zet.

 2 Neem wat op je weg komt (je krijgt geen tweede kans).
Frankrijk is een leeg land. De dorpen ontvolken in een snel tempo.  En als er in het boekje staat dat je ergens brood kunt kopen of een koffie kunt drinken, dan kan het niet omdat winkel en/of café inmiddels gesloten is en dan lijd je voor de rest van de dag honger. Daar heb ik geleerd om al bij het eerste café of bakkerij  koffie te drinken (voor mij van levensbelang) of  brood te kopen. Je krijgt geen tweede kans, zoals Sartre in zijn roman ‘de teerling is geworpen beweerd. http://ignacedehaes.ruhosting.nl/solliciteren-en-storytelling-een-tweede-kans-volgens-jean-paul-sartre/

3 Durf hulp te vragen.
Er zijn dagen bij geweest dat het de hele dag hard geregend heeft. En dan houdt de regenjas de regen niet tegen, bovendien zweet je van binnen omdat die jas juist belemmert dat die nattigheid naar buiten kan. Op zo’n dag bellen we gewoon ergens aan. ‘Mogen we a.u.b even schuilen en droog worden’. Natuurlijk mogen we dat en krijgen een kopje koffie er bij. Mijn ervaring gedurende de pelgrimage is dat mensen bereid zijn om te helpen. Dat geldt niet alleen tijdens het lopen, maar ook tijdens het leven zelf. Dus durf te vragen. Dan kom je verder.

4 Koester wat je hebt.
Een rugzak moet zo licht mogelijk zijn, je torst hem immers vier maanden mee. Alles wat er in zit, is daarom ontzettend waardevol. Het is te kostbaar om er slordig mee om te gaan. Je kan je niet permitteren om dingen te vergeten en je moet wel drie keer nadenken om iets weg te gooien (wat toch gebeurt omdat het warmer wordt).  Dat heeft me doen beseffen dat alles waardevol is wat je hebt. Je hebt het niet voor niets. En natuurlijk gooi je wat weg of koop je wat nieuws. Mijn schoenen waren naar 1100 km versleten, maar dat gebeurt vanuit de vertrouwenswekkende situatie dat je voldoende levenshave bij je hebt.

5 Ben bewust van je vooroordelen
Onderweg heb ik bomen gefotografeerd. Dat heb ik bewust gedaan om me te dwingen om de natuur om me heen op te nemen en ook om omhoog te kijken. En toen kwam ik deze kunstmatige struik tegen. Weliswaar netjes verzorgd, maar dat is toch geen natuurlijke struik. Toch heb ik er een foto van gemaakt. Hij komt op mijn weg en is op zijn manier mooi. Zo heb ik vele pelgrims gezien waarvan ik dacht, die komen nooit aan: te oud, te dik, te gehandicapt. Meestal heb ik me vergist en waren ze eerder op hun bestemming als ik. Vooroordelen belemmeren om goed te waarnemen. En duwen je al een bepaalde richting in. Zo heb ik zelf kunnen ervaren. Voor mij een inspiratie om door te gaan met mijn ‘ik weet het niet – campagne’. https://www.trouw.nl/home/student-en-scholier-zijn-gebaat-bij-het-niet-weten-~a24a230f/

6 Ken je ballast.
Elke middeleeuwer wist dat alvorens hij naar Santiago zou lopen hij een steentje van de eigen geboortegrond mee moest nemen. Dat legde hij neer bij het IJzeren kruis zo’n 250 km voor Santiago. Hij ging immers met een rede naar Santiago en moest ergens boete voor doen. Die ballast kon hij in de vorm van die steen afleggen bij het kruis om vervolgens letterlijk verlicht zijn weg te vervolgen naar Santiago om van zijn boete af te komen. De hedendaagse pelgrim legt daar ook zijn steen neer en dat heb ik ook gedaan. Ik ben geneigd om de strijd aan te gaan als ik het ergens niet mee eens ben of als ik me onzeker voel. Dat hoeft niet meer. Die steen heb ik achter me gelaten (hoop ik).

7 Heb een levensdoel.
Van te voren had ik het niet voor mogelijk gehouden dat ik Santiago zou halen. Dat was een droom. Ik ben geen wandelaar en 2500 km is niet niks. Maar toch: in de voorbereidingen en tijdens het wandelen had ik het wel voor ogen.  En het heeft geholpen bij mindere tijden: blaren, slecht weer, snurkende medepelgrims, bedwantsen, etc. Dat brengt me weer terug bij Victor Frankl. Hij zag in de concentratiekampen dat mensen  die een concreet levensdoel hadden meer kans hadden om het te overleven, dan mensen die dat niet hadden en wel meer te eten hebben gehad. Met echte levensdoelen leef je gelukkiger en langer.

De zeven dommigheden op de pelgrimsweg naar Santiago

1 Altijd haast hebben.

Heel veel pelgrims hebben haast. Dat hoor je al aan het getik van de stokken. Ze hebben zichzelf de haast opgelegd. Ze willen elke dag 30 km lopen. Op hun blog hebben ze afgesproken om een gemiddelde van 5,5 km per uur te lopen. Ze hebben het vliegtuig alvast teruggeboekt bij vertrek. Ik had soms haast om een regenbui voor te zijn of om een bepaalde tijd bij een auberge aan te komen. Als je haast hebt, dan heb je niet tijd om goed rond te kijken, toch dat kerkje in te gaan of een bepaalde omweg te maken. Bovendien gebeuren er bij haast veel meer ongelukken. Heel erg dom om haast te hebben. Haastige spoed is zelden goed. Het gaat om de weg niet om de aankomst.

2 Controle over alles willen hebben.

De weg is te lang om alles onder controle te willen hebben. Sommige pelgrims hebben hun overnachtingen al ver van te  voren geboekt. Je kan dan niet meer afwijken van de route, of pauzes nemen wanneer je dat wil. Ik heb ook wel eens gehad dat ik het jammer vond dat ik ochtend al voor de avond geboekt heb. De weg nemen is juist een oefening in loslaten, zeker de controle. Je hebt te maken met de elementen onderweg:  donder en bliksem op de pas naar Roncevalles. De vreselijke hitte op de Spaanse hoogvlakte.  Pelgrimeren is het loslaten van de controle.

3 Ten koste van alles je doel halen.

Ik heb heel wat mensen zien strompelen omdat ze persé Santiago wilden halen (in een bepaalde tijd). Bij sommige pelgrims had ik echt de vraag of het wel zo verstandig was. Ze zijn ook zo bezig met het halen van hun doel dat ze niet meer de ruimte hebben om de omgeving en de mensen om hen heen in zich op te nemen. Dat geldt ook voor de mensen – meestal mannen – die vanaf Nederland al meteen 30km per dag willen gaan lopen en dan al precies weten wanneer ze aan willen komen, omdat ze daarna iets anders hebben afgesproken.  Het doel heiligt niet de middelen. Het gaat juist ook om de (om) weg.

4 Niet luisteren naar je lichaam.

Hoe je het wendt of keert. De weg naar Santiago is een marathon. Vooral als je vanuit Nederland vertrekt. Het is een aanslag op je lichaam. Dan gaat het niet alleen over blaren, maar ook over belaste achillespezen en opgelopen infectie. Daarvoor is rust nodig. Het niet inbouwen van rust, kan voor je lichaam ernstige gevolgen hebben. Het niet luisteren naar je lichaam en het niet inbouwen van rust is sowieso heel dom (ook in het gewone leven).

5 Hoge verwachtingen hebben.

Toen we in Santiago aankwamen, had ik verwacht vanuit de verte de kathedraal te zien en het beroemde plein voor de kerk. De stad begint met een industriegebied en de kerk zie je niet uit de verte. Bovendien zagen we helemaal geen plein, die is aan de andere kant van de kerk. De deuren waren dicht vanwege een restauratie dus we konden onze hand niet leggen op de boom van Jesse zoals elke pelgrim behoort te doen. Dat was een domper terwijl het een euforie had moeten zijn. Die domper had puur te maken met de eigen verwachtingen en voorstellingen hoe het er idealiter er uit zou zien.  Wanneer je hoge verwachtingen hebt (waarom?), is de kans op teleurstellingen groot. Dat is jammer, vooral als je 2500 km hebt gelopen.

6 Geen tijd te hebben voor reflectie.

Af en toe tijd nemen om je af te vragen waarmee je bezig bent en of je op de juiste weg bent, is heel gezond. Ook het lopen van een pelgrimsroute wordt op een gegeven moment routine. Het bewust inbouwen van die bezinning en reflectie helpt. En als je die reflectie deelt met anderen heb je meteen een goede band. Pelgrimeren is juist ook met de ander pelgrimeren: daarvoor open te staan.

7 Niet te genieten van wat je bereikt hebt.

Na afloop van de pelgrimage kom je heel snel weer in de routine van het dagelijkse leven. De ervaringen van wat je bereikt heb en wat je onderweg ervaren hebt, mag je best van genieten en ook met anderen delen, onderweg maar ook na je pelgrimage.  Niet iedereen loopt vanuit Nederland naar Santiago de Compostella.

 

 

 

 

Wat je in je vrije tijd doet, doe je vrij. Gebruik het voor je loopbaan.

Als loopbaanbegeleider ben ik ervan overtuigd dat verhalen helpen bij het vinden van een goede baan. Je moet immers een goed verhaal hebben om ergens binnen te komen. Verhalen onderstrepen en expliciteren de uniciteit van het individu en geven betekenis aan gemaakte keuzes. Dat is nodig omdat er altijd mensen zijn die een beter diploma en/of meer ervaring hebben. De uitdaging bij het schrijven van een sollicitatiebrief is om memorabele zinnen te maken. Deze zinnen maken jou uniek en je wordt er door herinnerd: ook nog wanneer er honderd anderen hebben gesolliciteerd. Kortom: Jij bent memorabel geworden door jouw zinnen.

De eerste vraag is een mooie eerste vraag die in eerste instantie makkelijk te beantwoorden is. Wanneer zijn mensen vrij om helemaal zichzelf te zijn in wat ze doen, zonder de druk van werk of relaties? Dat is in de vrije tijd. Dan kiezen ze wat ze echt leuk vinden. Daarom gaat het bij deze vraag over wat je graag doet in je vrije tijd. Welke hobby’s heb je en hoe ben je daartoe gekomen? De antwoorden op deze vragen zeggen iets over je echte interesses. Kies je voor een individuele hobby of een hobby in teamverband? Gaat het om luisteren, leren, observeren, spelverdeler, verdedigen, scoren, overzicht houden, problemen oplossen, op een partner inspelen, prestaties leveren of creatief zijn? Uit de antwoorden op deze vragen kun je ook opmaken hoe jij omgaat met je omgeving.

Een waargebeurd verhaal

Een net afgestuurde juridisch hulpverlener kwam naar mij toe met de vraag of ik haar kon helpen. Hoewel ze al vele brieven had geschreven werd ze nergens uitgenodigd. Ze begon al haar brieven met: “Hierbij reageer ik op de vacature omdat ik denk dat ik geschikt ben. Ik werk namelijk heel secuur.” Toen zijn we gaan werken met storytelling, het vertellen van een verhaal. In de volgende brief schreef ze deze openingszinnen:

Dressuur is mijn passie omdat het precisiewerk is.

Dit vergt een goede samenwerking tussen het paard en de ruiter. Het paard wordt tijdens het rijden binnen de lijntjes gestuurd. Dit is dus precisiewerk. Dat doe ik graag, want ik wil dit perfect doen, dat is mijn ambitie. Die ambitie en perfectie kan ik ook kwijt in deze baan.

Deze student kreeg onmiddellijk een gesprek en ze kon de week daarop beginnen. Zij is niet de enige student die via storytelling een baan heeft gekregen. Ze heeft niet alleen haar verhaal vertaalt in de eerste zinnen van haar brief, maar ze kon ook in het gesprek dat volgde veel gemakkelijker praten met haar verhaal in haar achterhoofd.

Hieronder volgen meerdere voorbeelden van studenten die via hun vrije tijd activiteiten op zoek zijn gegaan naar een baan.

Dwarsfluit: ik fluit dwars

Ik wilde van heel klein af aan al dwarsfluit spelen. Mijn moeder wilde graag dat ik eerst blokfluit ging proberen. Ik vond er echter niets aan en bleef bij mijn wens om dwarsfluit te spelen. Op mijn zesde ben ik op les gegaan en heb ik leren spelen door middel van een kromme kop omdat ik eigenlijk nog veel te klein was! En zo is mijn leven ook. Ik fluit mijn hele leven dwars. Daar wordt uw organisatie beter van.

Breien: ik doorzie patronen

Al jaren heb ik een passie voor breien. Ik vind het een feest om te werken met zachte wol, mooie kleuren en fijne texturen. Wat een breiwerk voor mij echt tot een succes maakt is het kiezen van het juiste patroon. Als ik dat eenmaal heb vormen de wol, kleur, en textuur samen een mooi geheel. De kunst is om dat geheel te kunnen zien, zonder de details uit het oog te verliezen. Dat is ook de rode draad van mijn leven. Ik doorzie snel patronen en ik maak er iets moois van; ook bij u.

Wanneer je werkt zoekt, ben je op zoek naar uniciteit. Er zijn honderden afgestudeerde filosofen, maar er zijn er maar weinig die karate en filosofie combineren in de slogan: ‘Wat beweegt de mens?’ Veel studenten zijn zich niet bewust van de kracht van hun favoriete hobby, terwijl deze kracht makkelijk over te zetten is naar een toekomstige werkomgeving.

Ik ben een wedstrijdzwemmer

Mijn sollicitatiebrief begon ik zo: ‘Als wedstrijdzwemmer ga ik rustig en geconcentreerd naar de start, gefocust op de komende race. Zodra het fluitje gaat, spring ik het water in en ga ik met volle kracht vooruit. Dit doe ik ook in mijn werk: gefocust, doelgericht en met volle kracht, inzet en betrokkenheid om optimaal resultaat te behalen’. 

Ik werd meteen uitgenodigd. Dank je wel voor de gesprekken met jou. Ze hebben me sowieso een creatieve boost en zelfvertrouwen gegeven. Ik ben inderdaad een wedstrijdzwemmer en het is een fijne manier om bepaalde kwaliteiten helder te krijgen en ook uit te leggen.

Wat doet mijn hart zingen?

Soms krijg je een boekje waarin je blijft strepen. En waarbij je je bedenkt: ‘dat wil ik ook’. Ik heb zo’n boekje gehad als cadeautje voor mijn workshop voor de coaches van de dienst personeel en organisatie van de Radboud Universiteit waarvoor dank: Carmine Gallo: ‘Talk like TED. The 9 public Speaking Secrets of te World’s Top Minds’. 

Als je weet wat je passie is, maakt je verhaal eigenlijk niet meer uit.

Op het eerste gezicht lijkt het alleen maar te gaan over geniale hotemetoten, maar eigenlijk gaat het over het leven zelf, hoe daarover te communiceren en te delen. En nog preciezer: het gaat er om te ontdekken wat je passie is. Of zoals in het boek staat: ‘what makes your heart sing’.  Want als je weet wat je passie is, dan maakt je verhaal eigenlijk niet meer uit. Als je geen passie hebt wordt je verhaal niet meer dan een technisch vehikel. Een passie is volgens Gallo: ‘a positive, intense feeling that you experience for something that is profoundly meaningful for you as an individual’.

Ga op zoek en geef je passie de vrije teugels!

Die passie is dus niet je werk, niet je dagelijkse leven, niet je relatie; het zijn ideeën, verlangens, die jou zelf motiveren, energie en zin in het leven geven. Aan de andere kant geeft passie je werk, je relaties, je toekomst  ook diepere betekenis. Een echte passie wil je namelijk delen met anderen.  Het eerste hoofdstuk alleen al heeft een prachtige titel: ‘Unleash the master within. Laat ‘m los, geef je passie de vrije teugel. Waar word je warm van; waar word je enthousiast van, waar gaat je hart sneller van kloppen? Of de letterlijke vertaling uit het Engels: ‘Waar gaat je hart van zingen?’

OK. Wat is mijn passie? Wat doet mijn hart zingen?

Mijn hart gaat zingen wanneer ik een verhaal sterk kan maken. Mijn eigen verhaal, maar ook die van anderen. Dat ik hoop kan geven, zin kan geven dat ik voor verbinding kan zorgen. Aan mezelf, aan anderen en aan de gemeenschap en dat wil ik ontzettend graag delen. Dat is mijn bestemming en geeft me ongelooflijk veel energie.

 

Bezinningsdag over de onzin van geluk en de zin van het bestaan (9 maart 2018).

Op vrijdag 9 maart geef ik een bezinningsdag over de onzin van geluk en de zin van het bestaan met Viktor Frankl als leidraad). Succes en geluk zijn niet maakbaar. Zin en betekenis geven wel.  Op deze dag gaan we aan de hand van Frankl deze ontdekkingstocht maken via het delen van het eigen verhaal. Wat is voor jouw zin van het bestaan?  Meer informatie en opgave zie deze link.  Hieronder volgt een verantwoording waarom ik deze dag belangrijk vind.

De ONZIN van geluk en de ZIN van het bestaan.
met als leidraad Viktor Frankl: de zin van het bestaan.

Er moet mij iets van het hart. Ik word kriegel van al die berichten dat ik succesvol en gelukkig móet zijn.  Als ik het niet ben, heb ik geen uitzicht op het optimale genot en dan ben ik een loser. Alsof succes en geluk maakbaar zijn. Geluk wordt verengd tot het hebben van genot en succes. De Griekse filosofen discussieerden al over het fenomeen geluk. Voor Aristoteles was het streven naar geluk gelijk aan het ontwikkelen van goede deugden. Zorgen voor welzijn van de ander neemt hierin een belangrijke plaats in, teneinde het ultieme bij die ander naar boven te halen. Voor Aristippus stond geluk gelijk aan het ultieme genot, alhoewel hij  goed besefte dat dit ultieme genot niet altijd intellectueel en moreel is. Het Griekse woord ‘hedone’ dat ‘eigen genot’ betekent staat model voor een hedonistisch leven.  Geluk is zelfzuchtig en staat voor het streven naar een directe lustbeleving. Behoeftes en verlangens worden gemakkelijk en direct bevredigd. Ook Sigmund Freud zei het al: “De mens wil lust en het orgastische geluk.” Het is hevig maar kort. Moeilijkheden, problemen, pijn en lijden worden uit de weg gegaan. In ons streven naar  geluk worden we steeds ongelukkiger, omdat ongeluk nu eenmaal bij het leven hoort; het leven is gewoonweg niet gemakkelijk en oppervlakkig. Iedereen krijgt op de een of andere manier te maken met ongeluk en lijden. Het gaat er nu juist om hoe je daarmee om kunt gaan. Daarom spreek ik liever niet over ‘geluk’ maar over ‘zin’. Zo kom ik terecht bij de bekende psychiater en Auschwitz-overlevende Viktor Frankl.

Viktor Frankl: de zin van het bestaan

Viktor Frankl heeft als nummer 119.104 de concentratiekampen overleefd. In 1945 schrijft hij op grond van die ervaringen het boek: De zin van het bestaan; een inleiding tot de logotherapie. (1945/2005). In dit boek beschrijft hij op zeer indringende wijze het leven van een gewone gevangene in het concentratiekamp vanuit het perspectief van een psychiater. Zelfs in een concentratiekamp heeft het leven zin en kan je het lot in eigen handen nemen. Logos betekent niet alleen “woord” maar ook “betekenis” en volgens de logotherapie is het streven naar de zin van het leven de primaire motivatiekracht waarover de mens beschikt (en niet de lust van Freud). De zin van ons bestaan wordt door ons zelf ontdekt en dat gaat ook via de weg van de pijn, het lijden. Iedereen heeft in zijn leven met lijden en ongeluk te maken en soms komt het heel onverwachts en juist dat kan een enorme impact op je leven hebben. Daarmee te dealen heeft pas echt zin volgens Frankl (blz. 88).

‘De wijze waarop de mens zijn noodlot en alle daaruit voortvloeiend lijden aanvaardt, de wijze waarop hij zijn kruis draagt, biedt hem ruimschoots gelegenheid – zelfs onder de moeilijkste omstandigheden – een diepere betekenis te geven aan zijn leven. Hij kan moedig, waardig en onzelfzuchtig blijven, of hij kan zijn menselijke waardigheid vergeten in de verbitterde strijd tot zelfbehoud en tot het niveau van het dier afdalen.’

Indien het leven zinvol is, dan moet het lijden ook zinvol zijn, omdat het lijden evenals het noodlot en de dood een onuitwisbaar deel van het leven uitmaakt, aldus Frankl.

Via de liefde, het lijden en het hebben van een hoger doel

Viktor Frankl geeft geen definitie van zin, omdat dit bij ieder mens op ieder tijdstip verschillend is.  Je probeert op een zo goed mogelijke manier de levensproblemen op te lossen en je taken te vervullen. Vanuit zijn concentratiekampervaring heeft hij zelf ervaren dat je alles afgenomen kan worden, maar niet de geestelijke vrijheid om te  beslissen hoe je omgaat met dat wat je overkomt.  En juist die geestelijke vrijheid geeft inhoud en betekenis aan het leven.

Wel geeft hij aan dat er drie pijlers van belang zijn om zin te geven aan het bestaan

1)      Liefde (voor de mens, de cultuur en de natuur).

2)      Lijden (omgaan met lijden dat iedereen treft)

3)      Een hoger doel hebben in je leven.

Uiteraard zijn deze drie pijlers met elkaar verweven. Voor Frankl is liefde de allerintiemste verbondenheid met de medemens, de cultuur en de natuur. In een ontroerend citaat uit zijn boek verbindt hij de liefde met het lijden en de toekomst (blz. 55).

‘Ik werd door één gedachte beheerst: voor het eerst in mijn leven erkende ik de waarheid. (…) De waarheid – dat de liefde het hoogste doel is waarnaar de mens kan streven. Op dat ogenblik realiseerde ik mij de betekenis van het grootse geheim dat dichters en denkers ons hebben onthuld: Slechts de liefde kan de mens verlossen. Ik begreep dat een mens die niets meer bezit in de wereld, ogenblikken van opperste gelukzaligheid kan beleven, wanneer hij denkt aan zijn geliefde.’

Daarom zegt Frankl ook dat wanneer je liefdevol omgaat met de medemens, natuur en cultuur, je veel beter in staat bent om door te dringen tot de ander en dus ook de potentiële mogelijkheden van de ander, de cultuur en de natuur ziet. Daarnaast ben je daardoor veel beter in staat om met het lijden om te gaan. Daarbij citeert Frankl veelvuldig Friedrich Nietzsche: ‘ Wie een waarom heeft waarvoor hij kan leven, kan bijna elk hoe verdragen’. Frankl zag zelf dat niet de sterksten het kamp overleefden, maar diegenen die een levensdoel voor ogen hadden, dat verder reikte dan het kamp zelf. Het hebben van een hoger doel veronderstelt zelfkennis en zelfreflectie.
Voor hem zelf was dat niet alleen zijn geliefde (waarvan hij toen nog niet wist dat ze al vergast was), maar ook het schrijven van een boek op grond van zijn ervaringen en zijn verloren gegane manuscript: ‘de zin van het bestaan’. Hij had stiekem zijn concept-manuscript meegenomen naar Auschwitz, maar daar werden zijn kleren, inclusief manuscript, afgenomen. Hij kreeg de bekende kampkleding van een pas overleden gevangene (blz. 131). ‘Het staat vast dat mijn verlangen dit manuscript te herschrijven mij heeft geholpen de ontberingen en kwellingen van het concentratiekamp te overleven’.

En via transcendentie en het delen van je verhaal

Emily Esfahani Smith (2017)  heeft in haar boek : ‘De kracht van betekenis; hoe zin te geven aan je leven’ een onderzoek gedaan hoe zin in de loop der tijden gedefinieerd is. Haar werk leunt sterk op het gedachtengoed van Viktor Frankl.  Naast Liefde, lijden en het hebben van een hoger doel voegt zij nog twee componenten toe aan het hebben van een zinvol leven: transcendentie en het vertellen van je verhaal. Deze pijlers zitten in feite ingesloten in de pijlers van Frankl, toch vind ik ze de moeite waard om apart te noemen.

Smith definieert transcendentie als het uitstijgen boven de dagelijkse werkelijkheid. Dat kan via de wegen  verbeelding, geloof, inspiratie, mystiek, spiritualiteit of beleving van al het mooie en bijzondere dat de natuur, cultuur, kunst en de medemens ons biedt. Frankl zelf vindt zelftranscendentie het belangrijkste middel om tot een hoger doel te komen. Het is de vrijheid van de mens om stelling te nemen ten opzichte van zichzelf, om tegenover zichzelf te gaan staan en op te treden en boven zichzelf uit te stijgen.

Zo kun je het verhaal van Frankl over zijn geliefde als een transcendentie ervaring zien. Dat geldt natuurlijk ook voor de plaats waar je een ervaring hebt. Een klooster bijvoorbeeld roept bepaalde ervaringen ook op. Transcendentie kunnen je verhaal tot een bijzondere ervaring maken.

Viktor Frankl heeft zijn indrukwekkende verhaal gedeeld door middel van een boek. Het vertellen en delen van levensverhalen helpt om gebeurtenissen opnieuw met elkaar te verbinden en er nieuwe betekenissen aan te geven. Het telkens opnieuw verhalen van je leven, geeft je telkens opnieuw de kans, eventueel met anderen om er anders tegen aan te kijken.  Het leven heeft zin als je je verhaal formuleert en deelt met jezelf en met anderen.
Viktor Frankl heeft in zijn boek het volgende verhaal gedeeld (blz. 58).

‘Op een andere dag werkten wij in een greppel. Het vroege ochtendlicht om ons heen was grauw, de hemel boven ons eveneens en ook de sneeuw die uit de hemel viel. Grauw waren de lompen die mijn lotgenoten droegen en grauw waren hun gezichten. Ik meen dat ik weer in gedachte weer een gesprek voerde met mijn vrouw, of misschien trachtte ik de zin te ontdekken van mijn lijden, van mijn langzame dood. Ik voelde hoe mijn geest zich verhief boven deze troosteloze, zinloze wereld en ergens vandaan hoorde ik een zegevierend ‘Ja!’ in antwoord op mijn vraag naar de uiteindelijke zin van het leven. Op hetzelfde ogenblik werd een licht ontstoken in een afgelegen boerderij, die zich als een schilderij aftekende aan de horizon van het troosteloze Beierse landschap.  ‘Et lux in tenebris lucet’ – en het licht scheen in de duisternis. Urenlang hakte ik in de bevroren grond. De bewaker kwam langs en riep mij enkele scheldwoorden toe en wederom verdiepte ik mij in een gesprek met mijn geliefde. Steeds sterker voelde ik haar aanwezigheid. Ik meende haar te kunnen aanraken, ik meende slechts mijn hand te hoeven uitstrekken om de hare te kunnen grijpen. Steeds sterker voelde ik: ‘Zij is hier, nu.’ En op hetzelfde ogenblik streek een vogel vlak voor mij neer, op de hoop aarde die ik had opgegraven uit de greppel en keek mij strak aan.’

Zin in de toekomst
Als je het over de zin van het bestaan hebt, dan heb je het vooral over de zin in de toekomst, het leven dat nog voor je ligt.  Op elk moment heb je de vrijheid om keuzes te maken, hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn, is de lijfspreuk van Viktor Frankl. Door de zin te formuleren (in zinnen) geef je jezelf een tweede kans, die nu begint. Daarvoor is het ook noodzakelijk dat je inzicht hebt in je hogere doel. Frankl (blz. 94): Wij moeten dus ook zonder aarzeling de mens uitdagen tot het vervullen van een potentiële levensbetekenis, gericht zijn op versterking van de innerlijke kracht, door hem te wijzen op een toekomstdoel waarop hij zich kan richten.”

Het formuleren van zinnen over de zin van het leven is dus toekomstgericht. Hoe formuleer je voor jezelf (eventueel met behulp van anderen) de zin voor de rest van je even op grond van je eigen verhaal. En dat is precies wat we op vrijdag 9 maart in het Domincanenklooster in Huissen gaan doen.

 

 

 

 

Ik MOET succesvol en gelukkig zijn, anders ben ik een LOSER

Er moet mij iets van het hart. Ik word kriegel van al die berichten dat ik succesvol en gelukkig MOET zijn. Als ik het niet ben, heb ik geen uitzicht op het optimale genot en dan ben ik een loser. Alsof succes en geluk maakbaar is.
De bekende psychiater en Auschwitz-overlevende Victor Frankl zegt dat het leven zijn zin krijgt wanneer je met een goede manier om kan gaan met lijden. En hij kan het weten. Iedereen heeft in zijn leven met lijden en ongeluk te maken en soms komt het heel onverwachts en juist dat kan een enorme impact op je leven hebben. Daarmee te dealen heeft pas zin.