Weg naar het onbekende. De zin van het Niet-Weten

Dat is de titel van het boek dat ik samen met hoogleraar Hindoeïsme en Boeddhisme Paul van der Velde heb geschreven. Het komt in april uit.

Een mens kan niet alles weten, zeker de toekomst niet, want die is ongewis en daarmee niet te controleren. Hoe meer je die controle wilt hebben op keuzes die met de toekomst te maken hebben, hoe meer je te maken hebt met keuzestress. Dat geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor organisaties, waar controle-mechanismen de orde van de dag bepalen. 

Wat we weten is zo groot als de aarde en wat we niet weten zo groot als het heelal. In die verhoudingen moet je het zien. Hoe dan ook, er zullen altijd onzekerheden blijven bij welke beslissing je ook neemt.  

Het heeft dus veel meer zin in je te verdiepen in de onzekerheden die horen bij het niet-weten, dan te investeren in controlemechanismes die de onzekerheden weg willen poetsen.   

De vraag die in dit boek gesteld wordt is hoe je om kunt gaan met de onzekerheden van het Niet-Weten (nu met hoofdletters). Kan het je uitdagen, je laten twijfelen , je dynamiek aanreiken, je creativiteit aanboren, je intuïtie ruimte geven en niet in de laatste plaats: je laten relativeren? 

Het kan je ook duidelijk maken dat er grenzen zijn aan wat je kunt weten. Het Niet-Weten is meer aan de mens eigen, dan het weten. En over de confrontatie met die grens, het Niet-Weten, daarover gaat dit boek ook. 

 Met behulp van boeddhistische en Westers filosofische denkbeelden verkennen wij de weg van het onbekende. Dat doen we via de dialoog waarbij we thema’s als, controle, vertrouwen, schoonheid en liefde niet schuwen. De zin van het Niet-Weten is het omarmen van de onbekende weg als een prachtige weg. Of je het wilt of niet wilt: we lopen allemaal die onbekende weg, ook degenen die het weten.

Wat wij kunnen leren van mijn naamgenoot Ignatius

De levensgeschiedenis van Ignatius van Loyola is een heel bijzondere. Wat kunnen wij van deze bijzondere geschiedenis leren?

Ik zou nooit naar Ignatius zijn vernoemd als hij – toen hij nog Iñigo heette – geen bom tegen zijn benen had gekregen. Toeval bepaalt de geschiedenis. Het is mei 1521 en Iñigo (de Baskische naam Ignatius) is als ridder in dienst van de hertog van Navarra en verdedigt de stad Pamplona tegen een Franse overmacht. Een Franse kanonskogel verbrijzelt zijn benen en hij kan niet meer verder vechten. Uiteindelijk winnen de Fransen en ze gedragen zich edelmoedig. Iñigo wordt verpleegd in de stad en na 15 dagen wordt hij met een overdekte draagbaar naar zijn ouderlijke huis in Loyola gebracht. Zijn benen zien er slecht uit de artsen besluiten ze opnieuw te breken en te zetten. Hij zweeft op het randje van de dood, maar wordt uiteindelijk beter na een ziekbed van een jaar. Het uiteindelijke resultaat is dat zijn ene been korter dan het andere been blijft.

Geïnspireerd door boeken

Iñigo verveelt zich rot in bed en vraagt om ridderromans, maar die zijn niet aanwezig in het kasteel. Er zijn wel twee boeken over heiligenlevens en uit armoede begint hij te lezen in de Vita Christi van de kartuizer Ludolf van Saksen en de Flos Sanctorum van Jacobus de Voragine. Ignatius beschrijft het zelf mooi. In het begin blijft hij denken aan schone jonkvrouwen, aan de verzen die hij aan hen zou schrijven en aan het wapentuig waarmee hij indruk op hen zou maken. Kortom, hij zou zijn normale ridderleven weer ter hand nemen en wij zouden nooit meer iets van hem gehoord hebben. Zelfs in zijn ziekbed gaf hij zichzelf over aan wereldse ijdelheden, zo zegt hij zelf.

jonathan-kemper-4_ZvmLAeIZk-unsplash

Gelukkig kwam de Heer hem te hulp. Op deze gedachten volgen namelijk andere gedachten die compleet nieuw voor hem zijn en die te maken hebben met de heiligen uit de boeken. Hij wil net zo heilig worden als Sint Franciscus of Dominicus. Volgens hem moet dat kunnen. De verschillende wereldse en heilige gedachten wisselen elkaar af, maar die wereldse wereld kent hij al en het wordt vermoeiend om daar over te denken. Daarentegen is hij opgewekt wanneer hij aan de heiligen denkt en uiteindelijk maakt hij plannen om hen te volgen. Iñigo wordt uiteindelijk Ignatius.

Twijfelen mag

Wij kunnen veel leren van het verhaal van Ignatius. Hij heeft een druk ridderleven waarbij hij geen tijd neemt voor reflectie en vooral bezig is met de status die bij een ridder hoort. Door een trauma wordt hij gedwongen om daar wel tijd voor te nemen en het zijn boeken die hem inspireren om een ander leven te gaan lijden. Boeken die hij niet eens kende, maar die toevallig in zijn handen terecht gekomen zijn. Het lijkt een spontane beslissing, maar dat is het niet. Hij blijft lang twijfelen en komt uiteindelijk tot de conclusie dat zijn oude leven maar een vermoeiend leven is. Hij wil het leven van de heiligen uit de boeken die hij gelezen heeft gaan leven. Iñigo wordt niet meteen Ignatius.

Volg niet de weg van de ander

Om zijn vergeving te krijgen voor zijn zondige leven probeert Iñigo nog fanatieker heilig te zijn dan Franciscus. Dat ambitieuze fanatisme heeft er bij hem altijd ingezeten. Dus hij gaat nog langer vasten dan dat Franciscus heeft gedaan. Tuchtiging en onthouding zouden hem verder op weg helpen. Gelukkig voor mij raakt Iñigo in een crisis. Als hij daar niet uitgekomen was, dan had ik zijn naam niet gedragen.

aaron-burden-niSXrcg3Gk8-unsplash

Ditmaal krijgt hij het inzicht bij een rustig kabbelende rivier. Voor mij is dat volstrek logisch. Je gedachten kabbelen mee op de stroom van het water. Hij komt tot het inzicht dat hij alleen maar bezig is om heiligen na te jagen; hij is zichzelf uit het oog verloren. Door al dat geboet is de vrede in zichzelf niet gekomen. Hij komt tot het inzicht dat God helemaal niet zo streng is en dat hij Iñigo aanvaardt als een normaal mens met al zijn grilligheden. God heeft hem dat geleerd en hij ziet God nu als een leraar. Die rivier zorgt ervoor dat Iñigo Ignatius is geworden: de grote pedagoog. Zijn doel is de mensen onderwijzen zoals hij ook onderwezen wordt door God. Precies daar heb ik zijn naam aan te danken.

Troost en troosteloosheid

Ignatius ziet in dat hij zelf totaal verschillende gemoedstoestanden kan hebben. Hij leert deze te onderscheiden in positieve en negatieve gemoedstoestanden. Hij noemt ze geestelijke vertroosting en geestelijke troosteloosheid. Dit onderscheid is voor Ignatius essentieel en zorgt ervoor dat hij continu kritisch naar zijn eigen handelen en gemoedstoestanden kijkt. Het lezen van heiligenlevens biedt hem troost en het lezen van ridderromans maakt hem troosteloos.

Geestelijke vertroosting is een inwendige beweging die in de ziel ontstaat en die uiteindelijk leidt tot vreugde, hoop en geloof. Bij geestelijke troosteloosheid gaat het over de duisternis en de verwarring van de ziel. Vreugde, hoop en geloof zijn dan ver weg. Het gaat er dus om om troost te vinden. Volgens Ignatius is dat in eerste instantie een innerlijke beweging: je legt je noodlot of geluk in beginsel niet bij anderen neer. Tegelijkertijd is het wel belangrijk dat je je open stelt voor anderen. Je kan pas anderen troosten, wanneer je je laat troosten. Dan geef je oprechte aandacht aan de ander. Troost geven kan pas, wanneer je je met jezelf verzoent. Dat vraagt permanente oefening. Wanneer het onverzoenlijke op de loer ligt, is verbittering nabij. Door verzoening en vertroosting is de innerlijke vrede nabij. Een mooie les om bij stil te staan. Zeker in deze coronatijd.

Keuzevrijheid tijdens de Coronacrisis

Er is onlangs het boek: ‘Religie, democratie en Samenleving’ gepubliceerd waarin blogs zijn opgenomen die eerder op de website www.ru.nl/tocqueville/ zijn gepubliceerd. Van mijn hand zijn er drie opgenomen met als titels: ‘Tijd voor een waardige samenleving’, ‘Keuzevrijheid tijdens de Coronacrisis’ en ‘Coronatijd: inleiding in verwondering’. Hieronder volgt de de blog ‘Inleiding in verwondering’. Wat mij betreft nog steeds actueel.

Cornelis Verhoeven: Corona-filosoof

Vanwege Corona wandel ik dagelijks door Den Bosch en in het pittoreske gedeelte van Den Bosch ‘de Uilenburg’ kom ik het beeld van Cornelis Verhoeven tegen. Deze Bossche filosoof – die vanwege zijn werk de PC Hooftprijs heeft gewonnen – heeft jaren hier gewoond. De Binnendieze stroomde onder zijn huis door.

Als ik zijn werk weet ter hand neem dan is hij de Corona-filosoof bij uitstek. In zijn inleiding tot verwondering (1967) schrijft hij: ‘ Verwonderen nee, dat is onze levensinstelling helemaal niet meer, wij werken liever en hard bovendien. We hebben geen tijd om ons ergens over te verwonderen, en als we de tijd al vonden dan hadden we de reden nog niet. Waarom of waarover ons verwonderen: alles is toch heel gewoon en ook het gewone, dat is het nieuwe, went zo snel en verveelt dan’.

Coronatijd geeft weer de tijd om je te verwonderen over de dagelijkse dingen om je heen, nu de wereld kleiner is geworden. Verwondering wordt een avontuur als je je erdoor laat meevoeren niet wetend waarheen ze hem brengen zal, zo schrijft Verhoeven. Het vanzelfsprekende wordt doorbroken.

Haast is de angst om voorbij gerend te worden door de tijd

Bij verwondering hoor je geen haast te hebben. ‘Haast is als het ware de angst om voorbij gerend te worden door de tijd, om door de tijd in de rug te worden aangevallen’, zo citeer ik Verhoeven met plezier. Mooi schrijven kon hij. Volgens Verhoeven kan je de toekomst niet inhalen. Haastig lopen is het voorbijlopen van het heden en het verleden. Juist de Coronatijd geeft de tijd om geen haast te hebben. Als je haastig loopt dan heb je geen weet van de andere mooie wegen die je voorbijloopt. ‘Snelheid wordt dikwijls gehouden voor een toppunt van vitaliteit, maar het is een spel met de dood’, zo formuleert Verhoeven dreigend.

Coronatijd is mijmertijd

Verhoeven breekt een lans voor het mijmeren:

‘Wij noemen dat denken een mijmeren. Denken is een spel met mogelijkheden, een ruimte scheppen rondom de dingen. Het mijmeren is een spel met die mogelijkheden die de beweging heeft gepasseerd. Mijmeren is een eerherstel aan de gepasseerde mogelijkheden, een bedenken hoe het leven geweest zou zijn, als niet deze, maar geheel andere mogelijkheden zouden zijn verwerkelijk. Het leven is noodgedwongen een weg; het mijmeren herstelt de ruimte rondom deze weg’. 

Over deze zin moet je even kauwen, maar als je hem tot je laat doordringen dan kun je niet anders tot de conclusie komen dat coronatijd ook mijmertijd is. Een tijd om je te bezinnen op grond van het verleden en de wegen die niet gelopen zijn.

Dat wens ik ieder toe. Dankzij mijn wandelingen heb ik de mogelijkheid gekregen om Cornelis Verhoeven uit de vergetelheid te ontrukken. 

Ontdek je sterke verhaal (jij kan dat ook)

De laatste zinnen van het laatste hoofdstuk van mijn boek: ‘Ontdek je sterke verhaal. Geef je toekomst opnieuw vorm via zeven wezenlijke vragen’ gaan aldus:

De mens en zijn zinnen

Dit boek is gegaan over de mens en zijn zinnen, over het belang van het definiëren van zinnen en verhalen en over de invloed daarvan op loopbaankeuzes, levensloop en uiteindelijk de zin van het leven. Zin wordt gegeven door middel van memorabele zinnen en verhalen. De zinnen geven kleur aan de persoonlijkheid en zijn bij uitstek geschikt om de uniciteit en de talenten van iedere persoon naar boven te halen.

Het alledaagse wordt bijzonder

Het formuleren van verhalen via de wezenlijke vragen dwingt je om buiten de eigen kaders te denken en verbanden te leggen die niet altijd vanzelfsprekend zijn. Je wordt uitgedaagd om van het alledaagse iets bijzonders te maken. Zo word je bewust van de bijzondere dingen die je doet en de bijzondere ervaringen die je hebt.

Een goed geformuleerde zin geeft zin aan het bestaan

Ik ben ervan overtuigd dat in essentie ieder mens op zoek is naar de zin van het leven: in het loopbaanperspectief, in het levensperspectief én in het alledaagse bestaan. Om die zin te formuleren kunnen de wezenlijke zinvragen een belangrijke rol spelen. Daarbij is het formuleren van belang: de zin van het bestaan wordt memorabel door het formuleren van memorabele zinnen. Dus als de zin goed geformuleerd is, geeft die zin aan het bestaan.

Bedankt voor deze methode

Bedankt voor deze methode. Ik wist niet dat het zo simpel was dat een bewust gekozen woordvolgorde mijn leven weer zin kon geven. Het geeft mij vertrouwen in tijden dat dit niet vanzelfsprekend is.

Ignace de Haes. ‘Ontdek je sterke verhaal. Geef je toekomst opnieuw vorm via zeven wezenlijke vragen’. Uitgever Novum Publishing. ISBN 978-99107-580-6. Paperback 130 blz. 14,90 euro.

Het boek is in elke boekhandel te koop en uiteraard ook bij bol.com en is als e-book te verkrijgen.

Leef meer, denk minder

‘Leef meer, denk minder’ is de titel van een boek geschreven door de Deense  psychotherapeut Pia Callesen. In het NRC van 17 juli schenkt Ellen de Bruin aandacht aan dit boek. Zij is er behoorlijk positief over.  

Gedachten over onze gedachten: meta-gedachten

Bovenop onze gedachten is er namelijk nog een metacognitief niveau. Dat zijn dus de ideeën over ons denkproces zelf. Bijvoorbeeld: ‘ik kan mijn tobben toch niet veranderen’. Of ‘het is goed om veel na te denken over mijn problemen’. Volgens Callesen is de uitdaging om met deze gedachten te stoppen, het zijn namelijk gedachten die zeggen dat het proces buiten je eigen controle liggen. Dan krijg je zinnen als: ‘wat is er mis met mij’ , ‘komt het ooit nog goed’. Al dat piekeren slokt energie op en levert uiteindelijk niets op. Sterker nog je wordt er inactief van.

Je hebt een keuze om die gedachten te veranderen

Volgens MCT kun je kiezen waarop je je aandacht richt (je verzwelgt dan niet in de problemen, maar je laat ze er gewoon zijn, zonder je er in te verliezen). Met MCT leer je om je niet op jezelf te richten, maar je richt je aandacht juist naar buiten buiten. Bovendien leer je de meta-gedachten anders te formuleren in andere concepten: ‘in de toekomst kun je niet kijken dus het heeft geen zin om daarover te tobben’. Het heeft ook geen zin om over onoplosbare problemen te tobben. Ze blijven onoplosbaar. Daardoor blijf je slachtoffer van je eigen gedachten. Dus probeer de die gedachten niet meer te hebben. Denk aan positieve dingen of denk niet en doe iets. Dit is natuurlijk makkelijk gezegd, oefening baart kunst.

Verandering start met het anders formuleren van gedachten

Ik kende MCT niet, maar het doet me sterk denken aan mijn eigen publicatie: ‘Ontdek je sterke verhaal’. Daarin betoog ik dat iedereen de mogelijkheid heeft om het eigen verhaal anders te formuleren. Het ligt er maar aan wat je uit je herinnering naar boven laat komen. Door andere zinnen te gebruiken levert dat energie op om iets te gaan doen, tot actie over te gaan. Zingeving aan je leven begint bij het anders formuleren van zinnen, zo betoog ik. Daarmee ontdek je je sterke verhaal, en kun je je energie meer naar buiten richten. Leef meer, denk minder betekent voor mij om het denken te gebruiken om (nieuwe) dingen te doen en daarmee meer levenszin te krijgen.

Hoera: 1000 x rondom de IJzeren Vrouw gewandeld

Hoera. Duizend keer het zelfde rondje rondom de IJzeren Vrouw
Sinds de start van de coronacrisis loop ik twee a drie keer per dag hetzelfde rondje van 3 km: het rondje om de IJzeren Vrouw in Den Bosch. Ik heb het nu zo’n duizend keer gedaan en elke keer ben ik nieuwsgierig of ik iets bijzonders zie. Inmiddels heb ik dus zo’n 3000 km gelopen. En dat is verder dan van Den Bosch naar Santiago, die weg heb ik ook gelopen.

Zie het bijzondere in het eentonige

Gisteren zag ik een bonte specht hakken in een boom en vanmorgen zag ik aalscholvers bij elkaar zitten in de mist. Corona heeft mij geleerd om het bijzondere te zien in het eentonige. Tenminste wat in eerste instantie eentonig lijkt. Want wat valt er veel te zien en te horen op mijn dagelijkse rondje. Je loopt mee met de seizoenen en bent bewust van de veranderingen die dat met zich meebrengt. Sommige mensen die je tegenkomt groeten en anderen weer juist niet en soms vang ik flarden van gesprekken op. Ik verwonder me elke keer.

Bij verwondering hoor je geen haast te hebben.

In het boekje ‘inleiding tot verwondering’ schreef de Bossche filosoof Cornelis Verhoeven:‘ Verwonderen nee, dat is onze levensinstelling helemaal niet meer, wij werken liever en hard bovendien. We hebben geen tijd om ons ergens over te verwonderen, en als we de tijd al vonden dan hadden we de reden nog niet. Waarom of waarover ons verwonderen: alles is toch heel gewoon en ook het gewone, dat is het nieuwe, went zo snel en verveelt dan’. En verder schrijft hij: ‘bij verwondering hoor je geen haast te hebben. ‘Haast is als het ware de angst om voorbijgerend te worden door de tijd, om door de tijd in de rug te worden aangevallen’.

Dankzij Corona hebben we weer de kans en de tijd om ons over het kleine te verwonderen. Op naar de volgende duizend wandelingen rondom de IJzeren Vrouw. Elke keer verwonder ik me over de dingen die ik zie en hoor.

Corona, keuzestress en de kunst van het niet weten

In het kader van de Radboud-Careerday heb ik weer een workshop ‘Ik weet het niet’ aangeboden (ditmaal in het Engels). Het valt me op dat juist in de Coronatijd we niet weten hoe we er mee moeten omgaan. Het niet weten wat de toekomst brengt, geeft stress.

Weten wat er in de toekomst gebeurt, gaat het menselijk vermogen te boven

Studenten die bijvoorbeeld voor hun masterkeuze staan, willen veel meer informatie krijgen dan strikt noodzakelijk is om een keuze te maken. Dat neemt echter hun onzekerheid niet weg, omdat ze bang zijn om een verkeerde keuze te maken: gevolg is keuzestress. Wanneer ze inzien dat ze die toekomst niet kunnen weten, dat ze niet de consequenties van hun toekomstige keuzes kunnen overzien, dan blijkt dat het keuzeproces te verlichten. Wanneer ze erkennen dat het probleem elders ligt, namelijk hoe om te gaan met de onzekerheid van het eigen niet-weten, dan geeft juist dat veel meer helderheid over het keuzeproces. Alles weten en voorzien gaat het menselijk vermogen te boven. Hetzelfde kun je zeggen hoe we omgaan met de Coronacrisis.

Dus steek energie wat wel in je vermogen ligt

Wat dat betreft heb ik veel geleerd van de Stoa-filosofen. De Stoa heeft grote populariteit verworven, vooral binnen het Romeinse Rijk. Hun werken spreken nog steeds aan omdat de stoïcijnse filosofie een levensfilosofie is die heden ten dagen nog steeds van betekenis is en zeker kan helpen bij het goed nemen van besluiten. Vooral Epictetus (55 -135) heeft ons veel te zeggen. Om tot een optimale gemoedsrust te komen, zou je op moeten houden om je zorgen te maken over iets dat niet in je vermogen ligt en iets te doen wat wel in je vermogen ligt. Wat er in de toekomst gebeurt ligt niet in je vermogen. Daar kun je geen zekerheid uithalen. Wanneer je daar geen energie meer in steekt, dan kun je die energie juist gebruiken om dingen te doen die wel in je vermogen liggen. Dus stop met het ageren tegen corona of te bedenken wat eventueel mogelijk is in de toekomst en gebruik die energie om anderen en jezelf te helpen hoe ermee om te gaan.

En stroom mee met de rivier

Wanneer je beseft dat besluiten over de toekomst buiten je vermogen ligt, dan relativeert dat enorm. De Stoïcijnen zeggen dat wanneer je je aan iets of iemand hecht, dat in principe angst oplevert, omdat je bang bent om het te verliezen. Dat geldt ook over de besluiten die je neemt. Wanneer je er aan blijft hechten, dan levert dat stress op en stroom je niet automatisch mee met de rivier (metafoor van de Stoïcijnen) naar het volgende besluit, maar zwem je tegen de stroom op. Hecht je niet teveel aan de problemen van de Coronacrisis, steek energie in wat nu in je vermogen ligt, kijk om je heen wie je kan helpen en laat de toekomst los. Dit is de kunst van het niet weten in optima forma.

Helaas. Leiderschap is ‘in’, bescheidenheid is ‘uit’’

Soms zijn er termen die aan mode onderhevig zijn en iets zeggen over de tijdsgeest waarin we leven. Als loopbaanbeleider kom ik om de haverklap de term ‘persoonlijk leiderschap’ tegen. Wat heb ik een aversie tegen deze term. Ik leg het hieronder uit.

‘Leiderschap’ is dus zo’n term. Dan gaat het niet alleen over Trumpiaanse leiderschapsstijlen, zoals we bij de Amerikaanse verkiezingen beleven, of om leiderschapsstijlen bij een bedrijf of organisatie. Het gaat tegenwoordig ook om leider te zijn van je eigen leven. Overal vind ik cursussen om iets aan mijn eigen leiderschap te doen.

Ik vind leiderschap een vreselijke term. Alsof het leven maakbaar is; alsof je daar volstrekte zeggenschap over hebt. Ik wil helemaal geen leider zijn van mijn eigen leven, dat getuigt naar mijn smaak van een ontzettende arrogantie. Het is alsof ik mezelf op een voetstuk moet plaatsen om mijn leven betekenis te geven. Hoe groot moet mijn ego zijn? Bah.

De Ander

Dan kom ik uit bij de Franse filosoof Emanuel Levinas. Hij heeft een hekel aan ego’s. Levinas baseert zijn filosofie op de ontmenselijking tijdens de tweede wereldoorlog. Aan het fysieke geweld in de tweede wereldoorlog gaat een fundamentele vorm van geweld vooraf: het ontwijken van de blik van de Ander, het niet in de ogen willen kijken van de Ander, de ontkenning dat de Ander een gezicht heeft. Ander schrijft Levinas met een hoofdletter om dat het daar in het leven om gaat. Als je de ander niet meer als mens ziet met een gezicht, kun je hem of haar van alles aan doen.

Levinas heeft het over het gelaat omdat dat het meest sprekende gedeelte van de mens is, dat bijna altijd onbedekt is. Juist nu in Coronatijd zorgen de mondkapjes ervoor dat niet alle mimiek kan zien. Je zoekt de Ander via het gelaat, omdat via het gezicht het innerlijk van de mens ziet. Als er iemand op een voetstuk moet staan dan is dat niet de leider; ook niet de leider in jezelf, maar de Ander. Door via de Ander te denken, worden we aangesproken op onze verantwoordelijkheid en onze egocentrische neigingen.

Pleidooi voor de kleine goedheid

De leider streeft naar een ‘grote goedheid’ en de niet-leider naar de ‘kleine goedheid’, aldus Levinas. Wanneer de mens naar grote goedheid streeft dan gaat dat altijd ten koste van Anderen, de kans dat hij ontspoort is dan groot. De grote goedheid leidde tot de moord op zes miljoen joden in de tweede wereldoorlog. Maar ook de grote goedheid van het persoonlijke leiderschap gaat ten koste van de Ander. Het is in principe een egocentrische bezigheid hoe je je zelf kan leiden hoe je tot de ander kan verhouden, zodanig dat je er beter van wordt.

De kleine goedheid is echter overal, maar wordt weinig gezien, omdat die in principe heel bescheiden en nederig is. Wanneer je via de Ander denkt en op basis daarvan voor de Ander zorgt, dan doe je per definitie het kleine goede. Dat hoeft niet op een voetstuk geplaatst te worden. Zorgen voor iemand is ook zorgen voor jezelf: het geeft voldoening en maakt je bescheiden. Daar heb je helemaal geen leiderschap voor nodig. Zeker niet in tijden van Corona. Integendeel.